Taken
Alle medewerkers van de Dienst Welzijn en Gezondheid die bij het IRWO betrokken zijn, nemen volgende taken op zich:
Inhoudelijke en organisatorische medewerking aan het intersectoraal, provinciaal, regionaal en bovenlokaal welzijnsoverleg (nota's, verslaggeving, begeleiding, studiewerk, opvolging, acties).
Op gang brengen van oplossingsgerichte gesprekken op basis van noden gesignaleerd door organisaties, lokale besturen, hulpverleners, hulpvragers.
Het proces van regie van hulp en zorg mogelijk maken en begeleiden.
Advies formuleren aan overheden (ook de eigen provinciale overheid) en koepelorganisaties, op basis van de besluiten van het overleg.
Beleid opvolgen en evalueren (rapporteren over ontwikkelingen bij andere overheden). Zoeken naar verbindingen. Verstrekken van beleidsinformatie.
Sociale planning: aanleveren van kwantitatieve data en kwalitatieve informatie als hulp bij (omgevings)analyse en beleidsontwikkeling. Aanmoedigen tot het uittekenen van een zo integraal mogelijk beeld, dat oog heeft voor meerdere aan welzijn verwante beleidsdomeinen zoals economie, onderwijs, tewerkstelling, mobiliteit.
Aangever zijn van projecten (met vernieuwend karakter).
Procesbegeleiding (gericht op de deelnemers van het overleg) organiseren: methode-ontwikkeling, intervisie, doorlichting, effectmeting, kwalitatieve gespreksvoering.
Erover waken dat men de groepen die in het welzijnsoverleg ter sprake worden gebracht (vertegenwoordigingen, cliënten, gebruikers, hulpvragers) ook actief betrekt.
Organiseren of faciliteren van vorming, studiedagen, intervisie, scholing.
Begeleiden, superviseren, eventueel zelf uitvoeren van studie-opdrachten.
(Eigen) publicaties verzorgen.
Aanspreekpunt zijn voor lokale besturen (inclusief OCMW) in verband met welzijnsbeleid dat een bovenlokale aanpak vereist en de thema’s van het lopende beleidsplan. Het welzijnsoverleg biedt een forum voor samenwerking tussen lokale besturen enerzijds, en lokale besturen met private initiatiefnemers anderzijds.
Verbeteren van de methodologie van het begeleiden van overleg en samenwerking, onder meer door intern overleg tussen collega’s, door aanvullende vorming van de medewerkers en door aandacht voor wat zich op dat vlak buiten de welzijnssector aandient.
Dat de provinciale dienst zelf geen aanbieder is van hulpverlening of zorg, is een belangrijke garantie voor onafhankelijkheid.
