- Home
- Welzijn
- Sociale wijzer
- Regionaal overleg
Regionaal overleg
Zeer algemeen
‘Regionaal welzijnsoverleg’ gaat in op het welzijnsbeleid op een regionale schaal.
Hoewel een gemeente, misschien zelfs een wijk, ook beschouwd kan worden als een ‘regio’, is hier toch eerder een bovenlokale gebiedsbeschrijving aan de orde. Dan praten we over arrondissementen, intergemeentelijke samenwerkingen, zorgregio’s; en de provincie, jawel.
Het overleg is sectoraal, intersectoraal en gebiedsgericht georganiseerd.
Naast of binnen deze hoofdstructuur is eveneens ruim plaats voor ad hoc commissies en thematische werkgroepen.
Een provinciale opdracht
Wellicht door hun plaats als rustige middenvelder in het bestuurlijke landschap werden de provincies steeds opnieuw bij vormen van regionaal welzijnsoverleg betrokken, veelal op vraag van anderen.
In de loop der jaren is het een sterk punt geworden van de provincies. Het is dan ook niet toevallig dat zij hun investering in het bevorderen van de samenwerking en het overleg op het vlak van welzijn gestaag opgevoerd hebben.
Vlaanderen
Door het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1997 werd voor dit regionaal welzijnsoverleg ook een Vlaams kader gecreëerd.
Voor deze opdracht ontvangen de Vlaamse provincies (+Brussel) elk jaarlijks 60.000 euro. Deze subsidie – die overigens tegenover de totale financiële uitgave door het provinciebestuur voor de ondersteuning van het regionaal welzijnsoverleg eerder symbolisch te noemen is – betekent de formele erkenning door de Vlaamse overheid dat de provincies uitstekend gepositioneerd zijn om het regionaal welzijnsoverleg te organiseren en begeleiden.
De bovenbouw
Het besluit van de Vlaamse regering van ‘97 voorziet in een werkstructuur en een plan.
Als werkstructuur is voorzien in een permanente cel en een adviserende stuurgroep.
De permanente cel bestaat uit de provinciale medewerkers die instaan voor de inhoudelijke en logistieke ondersteuning van het overleg.
De adviserende stuurgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van de diverse sectoren en uitwisselingsforums die in het regionaal welzijnsoverleg zijn opgenomen.
De adviserende stuurgroep houdt toezicht op de werkzaamheden van de permanente cel en adviseert het (provinciale en Vlaamse) beleid.
De acties van het regionaal welzijnsoverleg worden vastgelegd in een beleidsplan, dat telkens geldt voor drie jaar.
De effecten van deze acties worden jaarlijks getoetst in het voortgangsrapport.
Als overkoepeling op Vlaams niveau is voorzien in een afstemmingscommissie, waar de Vlaamse overheid en de provinciale coördinatoren van het regionaal welzijnsoverleg en hun directies elkaar in principe halfjaarlijks ontmoeten.
De geest van het besluit
De provinciale en Vlaamse overheden merkten dat veel overleg zich samen met ‘hun sectoren’ verkokerde.
In een gezond streven naar rationalisatie – ook van inzet van financiële middelen – en een meer integrale benadering maakte het besluit van ‘97 een inter- en transsectorale benadering tot centraal aandachtspunt.
Daartoe is bij evidentie grote kennis van het sectoraal overleg vereist.
Zonder enige impact op of betrokkenheid van de welzijnssectoren wordt een intersectorale benadering snel een lege doos.
