Beschikbare skip links


Hielprik

De arts, vroedvrouw of verpleegkundige brengt bloed van de pasgeborene door een prik in een ader op een filterkaartje. Vroeger gebeurde dat door een prikje in de hiel, tegenwoordig door een prikje in de handrug. Daarna wordt het kaartje aan het opsporingscentrum bezorgd.

De bloedkaartjes

De drie Vlaamse erkende opsporingscentra gebruiken gelijkvormige bloedkaartjes met vermelding van hun adres. Ze zijn identificeerbaar aan de hand van een unieke nummering. Er staan vijf cirkels op met een diameter van twaalf mm om de bloedspots op te vangen.

Volgende gegevens worden op het kaartje goed leesbaar genoteerd (bij voorkeur in blokletters):

  • de naam en het adres van je kind
  • de identificatie van de materniteit  
  • de naam, het adres en het telefoonnummer van de behandelende arts
  • de geboortedatum van je kind
  • de datum van de bloedafname
  • het geven van borstvoeding of kunstvoeding
  • de medicatie die je kind toegediend krijgt
  • het geboortegewicht      

De bloedname

voetjes van baby

De bloedafname gebeurt voornamelijk door een venepunctie op de handrug. Deze handeling is minder pijnlijk dan de vroeger toegepaste hielprikpunctie en geeft een vlotte bloedcollectie.

De druppels worden mooi verdeeld over de vijf opvangcirkels.

Geschikte monsterafnames

De bloedafname gebeurt bij voorkeur via venapunctie op de handrug (veneus bloedstaal).

Volgende bloedmonsters zijn ook geschikt:

  • de punctie in de hielprik

  • bloed afkomstig van andere bronnen (EDTA bloed)

  • bloedmonsters van de navelstreng (veneuze katheter of arteriële katheter).

Het aanbrengen van een capillair bloedmonster op de 903® kaart (hielprik)

  • Leg alle materialen en hulpmiddelen klaar.
  • Neem de 903® kaart net voor gebruik uit de beschermde verpakking en respecteer de vervaldatum.
  • Noteer de gevraagde identificatiegegevens van de pasgeborene op de kaart:
    • de naam en het adres van het kind

    • de identificatie van de materniteit

    • de naam , het adres en het telefoonnummer van de behandelende arts

    • de geboortedatum van het kind

    • de datum van de bloedafname

    • of er borstvoeding of kunstvoeding wordt gegeven

    • de medicatie die het kind toegediend krijgt

    • het geboortegewicht

    • het aantal zwangerschapsweken

  • Verwarm de hiel 3 tot 5 minuten met een vochtige doek tot 41 °C om de bloedstroom tijdens de bloedname te bevorderen.
  • Plaats het been van de pasgeboren lager dan het hart om de veneuze doorstroming te bevorderen.
  • Maak de hiel schoon met een steriel alcoholdoekje (90%) en laat de hiel aan de lucht drogen.
  • Prik de hiel met een incisiehulpmiddel (standaard incisie van 1 mm diep en 2,5 mm lang)  of een steriel lancet (diepte minder dan 2 mm).
  • Prik in het veilige vlak voor de punctieplaats.
  • Veeg de eerste bloeddruppel voorzichtig af met een steriel gaas.
  • Laat een grote bloeddruppel vormen.
  • Laat het filtreerpapier voorzichtig de grote druppel aanraken, zodat het zich helemaal met bloed doordringt tot volledige vulling van een cirkel. Voor een betere bloedstroom kan zeer voorzichtig met tussenperiodes druk worden uitgeoefend op het gebied rondom de punctieplaats.
  • Breng slechts op 1 zijde van het filtreerpapier (bij voorkeur de achterzijde) bloed aan zonder dat het papier de huid van de pasgeborene aanraakt.
  • Controleer dat ook de voorzijde doordrongen is met bloed.
  • Vul ook de overige cirkels op dezelfde manier.
  • De verzorging van de punctieplaats in de huid moet overeenstemmen met de procedures van de instelling (materniteit).
  • Laat de bloeddruppels op een vlak, open, niet absorberend oppervlak, beschermd van direct zonlicht en verwijderd van een warmtebron, minstens 3 uur drogen aan de lucht bij een temperatuur van 18 – 25 °C.

Bewaring en transport

  • Bloedkaartjes worden bewaard tot volledige droging bij 18 – 25 °C in afwachting van de verzending.
  • Bloedkaartjes moeten binnen 24 uur na monsterafname naar het PCMA worden verzonden of getransporteerd. De moeder ontvangt het afscheurstrookje, als bewijs dat de hielprik werd uitgevoerd.
  • De correcte traceerdocumentatie moet worden bijgehouden volgens de voorschriften en procedures van de instelling (materniteit) en de Vlaamse Gemeenschap.
  • Tijdens het transport worden de bloedkaartjes bij voorkeur 180° ten opzichte van elkaar gedraaid, zodat het bloed van 2 kaartjes niet in contact kan komen met mekaar.
  • Het bloedkaartje mag niet worden samengedrukt.
  • De bloedkaartjes moeten apart verzonden worden zonder andere specimens of chemicaliën.
  • Het PCMA biedt gratis enveloppes aan voor verzending van bloedkaartjes “port betaald door bestemmeling”.
  • Wanneer verzegelde plastic zakken of andere verpakkingen die geen lucht doorlaten worden gebruikt, moeten de bloedkaartjes met een desiccans worden verzonden om de blootstelling van de bloedkaartjes aan overmatig vocht tot een minimum te beperken.

 

Rondgangtijden en frequentie van uitvoering

BepalingstestFrequentieRondgangtijden
FA - Fenylalanine
MS/MS tandem massa spectrometrie
4 of 5 keer per week3 dagen
TSH - Thyroid Stimulerend Hormoon
IFMA
elke weekdag3 dagen
CK - Creatinekinase
Fluorimetrie
2 of 3 keer per week7 dagen
17OHP - 17-OH-Progesteron
FIA
elke weekdag3 dagen
BIOT - Biotinidase
Fluorimetrie
2 of 3 keer per week7 dagen
AC en AZ - Acylcarnitines en  Aminozuren
MS/MS tandem massa spectrometrie
4 of 5 keer per week7 dagen

Meer info?

Eddy Philips

tel.: 03 740 50 20