Beschikbare skip links


Bloedkaartje

In de materniteit wordt vanaf 3 dagen na de geboorte een beetje bloed van de baby op een bloedkaartje opgevangen.

Belangrijke uitgangspunten

  • Eén bloedkaartje per pasgeborene
  • Het bloedkaartje volgt steeds het kind.
  • Het bloedkaartje draagt een nummer dat verwijst naar het opsporingscentrum.
  • Dag 0 = 24 uren na de geboorte
  • Dag 3 = vanaf 72 uren na de geboorte
  • De hielprikverantwoordelijke licht de ouders in over de uitvoering en het nut van de bloedprik.
  • De verantwoordelijke verstuurt het bloedkaartje naar het opsporingscentrum binnen de 24 uur na de bloedname.
  • De moeder ontvangt het afscheurstrookje als bewijs van de bloedafname voor de opsporing van de aangeboren metabole aandoeningen.
  • De hoofdvroedvrouw van de materniteit houdt een lijst bij van alle pasgeborenen en van de plaatsen waar hun bloedkaartjes zich bevinden. Deze lijst zendt of mailt ze wekelijks naar het opsporingscentrum.
  • De naam van de moeder staat steeds vermeld in het protocol omdat er in de materniteit vanaf de geboorte een administratieve band bestaat tussen moeder en kind.
  • Een slecht gevuld bloedkaartje klasseert het opsporingscentrum onder “onvoldoende bloed voor het uitvoeren van de analyses”. De materniteit ontvangt deze vermelding en een bijgevoegd bloedkaartje voor een tweede bloedafname.
  • De regio verantwoordelijke brengt een vroegtijdig huisbezoek aan iedere baby zonder bloedprikuitvoering en medische opvolging.      

Vanaf de prikplaats op weg …

Afhankelijk van de geboorteplaats van je kind volgt het bloedkaartje een andere weg naar het screeningscentrum. Je kunt de praktische uitvoering nalezen via de stroomkaarten per geboortelocatie.

Meer info?

Eddy Philips

tel.: 03 740 50 20