Beschikbare skip links


De provincie als fuifcoach

Mon, in zijn fuifoutfit

Een goed lokaal feestbeleid ontwikkelen vergt heel wat inspanningen van een gemeentebestuur. Hoewel de wil dikwijls aanwezig is, aarzelen heel wat gemeenten om dit in zijn geheel aan te pakken. Vorming en externe coaching geeft dan net een duwtje in de goede richting. Daarom zette de provinciale Jeugddienst het coachingsproject op, één van de concrete acties in het provinciaal fuifbeleid.

De vijf gelukkigen

In 2006 en 2007 werden vijf gemeentebesturen, met name Essen, Lint, Malle, Puurs en Turnhout, door de provinciale Jeugddienst gecoacht in het uitwerken van een lokaal feestbeleid. De keuze van deze vijf gemeenten gebeurde op basis van verschillende criteria: regionale spreiding, bestaande situatie, doelstellingen en acties, ... .

Samen aan de slag

Elke gemeente stelde een stuurgroep samen die het proces mee doorliep. Als coach begeleidden we het proces. Concreet betekende dit: het mee organiseren en opvolgen van stuurgroepvergaderingen, het aanleveren van informatie en het uitwisselen van ideeën. De uitvoering van taken en het naleven van afspraken bleef de verantwoordelijkheid van de lokale stuurgroep.

Het proces

In een eerste fase inventariseerden we de bestaande situatie en gingen we op zoek naar mogelijke knelpunten en uitdagingen voor het toekomstige feestbeleid in de gemeente.

  • In Malle bleek het gebrek aan infrastructuur het grootste probleem. Er werd nagedacht over oplossingen op middellange en lange termijn. 
  • In Lint was de ingebruikname van de nieuwe fuifzaal de belangrijkste actie.
  • In Puurs vormde ook de ingebruikname van het nieuwe jeugdcentrum een belangrijke uitdaging, alsook de promotie in het algemeen en de toepassing van het politiereglement.
  • In Turnhout was er juist een nieuw politiereglement voor evenementen, dat toegepast moest worden. De verschillende betrokken diensten zaten samen om interne procedures en afspraken beter op elkaar af te stemmen.
  • In Essen was er een optimalisatie van de werking van het feestloket door de interne afspraken en procedures verder uit te werken. Ook is er aandacht voor een aantal intergemeentelijke initiatieven.  

Aan het einde van het proces schreven we samen met de lokale projectverantwoordelijke een eindnota. Deze nota vormde de basis van het eindrapport dat de provinciale Jeugddienst aan de vijf deelnemende gemeentebesturen bezorgde. We deden een aantal concrete aanbevelingen op maat van de specifieke gemeentelijke situatie. Daarnaast riepen we op om het proces verder te zetten en zo verder te bouwen aan een doordacht feestbeleid.

De resultaten

Het coachingsproject was zowel voor de deelnemende gemeenten als de provinciale Jeugddienst een leerrijke ervaring. 'Het was zeer interessant om alle verschillende aspecten van een lokaal feestbeleid eens op papier te zetten en te (kunnen) bespreken met meerdere collega's', vertelde Kris (jeugdconsulente Essen). Het project leert vooral dat een geïntegreerde en integrale aanpak op lokaal vlak meestal al een grote stap in de goede richting is.
Uit de verschillende verhalen konden we een aantal algemene conclusies trekken:

  • Voldoende kwalitatieve fuifinfrastructuur is een basisvoorwaarde voor een goed fuifbeleid. De afwezigheid of slechte staat van fuifinfrastructuur vormt een probleem, omdat het meestal stevige financiële investeringen vraagt. Toch is een aanpak op korte, middellange en lange termijn noodzakelijk.
  • De ondersteuning van fuiven kan op heel wat verschillende manieren gebeuren. Vaak zijn al deze vormen van ondersteuning erg verspreid over de gemeentelijke diensten zodat het voor organisatoren niet gemakkelijk is om alles te vinden. Het realiseren van een feestloket of het aanstellen van een feestambtenaar is een mogelijke oplossing, maar vergt dikwijls ook weer de nodige investeringen. Geregeld overleggen met de collega's en goede afspraken maken over de dienstverlening aan fuiforganisatoren is al een goed begin.
  • Een politiereglement dat rekening houdt met zowel de belangen van de organisatoren/fuifgangers als van de inwoners is zeer belangrijk voor een goed lokaal fuifbeleid. In alle vijf gemeenten, en  waarschijnlijk in de meeste Antwerpse gemeenten, is daar nog veel werk aan. We verwijzen hiervoor graag naar onze publicatie feestkunde, waarin we ditzelfde thema in een aantal artikels bespreken.          

Uit de eindevaluatie van dit project leerden we dat het proces een meerwaarde betekende voor het lokale fuifbeleid, ook al waren de tastbare resultaten niet overal even groot.
Ook de volgende jaren plannen we nog acties rond een positief fuifbeleid. De resultaten en onze ervaring van dit project zullen we gebruiken om nog meer gemeentebesturen aan te zettten tot het uitwerken van een positief fuif- en/of feestbeleid.