Beschikbare skip links


Kasteel en tuin

Het kasteel Sterckshof en zijn tuin vormen een unieke bezienswaardigheid in het Provinciaal Groendomein Rivierenhof. Sinds 1994 is het kasteel Sterckshof een beschermd monument.

Het kasteel Sterckshof

Het kasteel van Gerard Sterck

Versterkt landgoed dat in 1524 werd gekocht door Gerard Sterck (†1564), koopman, bankier en geheim raadsman van keizer Karel V Versterkt landgoed dat in 1524 werd gekocht door Gerard Sterck (†1564), koopman, bankier en geheim raadsman van keizer Karel V

Al vóór de dertiende eeuw bevond zich op de plaats van het huidige museum een versterkte hoeve, omringd door een gracht.

Deze schanshoeve, die de ‘Hooftvonder’ of ‘Hooftvunder’  werd genoemd, diende wellicht ter verdediging van een nabijgelegen houten brug over de Grote Schijnrivier.

De hoeve groeide uit tot een versterkt landgoed, dat herhaaldelijk van eigenaar wisselde en in 1524 werd gekocht door Gerard Sterck († 1564), koopman, bankier en geheim raadsman van keizer Karel V. Hij verbouwde het kasteel tot een riant buitengoed, dat later naar hem het Sterckshof werd genoemd.

Het kasteel had weliswaar te lijden onder de godsdienstoorlogen, maar het werd in tegenstelling tot andere buitenhoven in Deurne niet volledig verwoest.

Glorie en verval vanaf de zeventiende eeuw

David Teniers de Jonge, Gezicht op de tuinzijde van het Sterckshof, ca. 1650, Londen, National Gallery (© National Gallery London) David Teniers de Jonge, Gezicht op de tuinzijde van het Sterckshof, ca. 1650, Londen, National Gallery (© National Gallery London)

Een van de volgende eigenaars, stadspensionaris Jacob Edelheer (†1657), stoffeerde het Sterckshof - net als zijn Antwerpse stadswoning - met kunstkabinetten en wetenschappelijke collecties.

Hoe het kasteel er rond 1650 uitzag, kun je bekijken op het schilderij van David Teniers de Jonge in de National Gallery te Londen.

Na de dood van Jacob Edelheer in 1657 kwam het kasteel in het bezit van zijn neef Jacob van Lemens, die in 1664 kinderloos stierf. De strijd tussen de erfgenamen leidde tot de verwaarlozing van het gebouw.

Uiteindelijk kwam het landgoed in 1693 in het bezit van de jezuïeten van Lier. Wellicht zorgden ook de perikelen tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) ervoor dat het Sterckshof verder verviel, tot er nauwelijks nog iets van restte.

Na de opheffing van de jezuïetenorde werd het domein in 1776 openbaar verkocht aan bankier Jan Baptist Cogels, die het samenvoegde met het landgoed Ter Rivieren.

Aankoop door de Provincie Antwerpen

Kasteel Sterckshof rond 1920 (© Jacques Sonck en G. Voet, Fotodienst Provinciale Musea Antwerpen) Kasteel Sterckshof rond 1920 (© Jacques Sonck en G. Voet, Fotodienst Provinciale Musea Antwerpen)

In 1921 kocht het provinciebestuur van Antwerpen het Rivierenhof, waarvan het Sterckshof en de nabijgelegen neerhoeve, de zogenaamde Sterckshoeve deel uitmaakten.

Van het Sterckshof stonden toen alleen nog een voorbouw van één verdieping met toren, de ingangspoort en achteraan wat gammele bijgebouwen overeind.

Wederopbouw van het kasteel

Ontwerp van J.A. Van der Gucht (© Jacques Sonck en G. Voet, Fotodienst Provinciale Musea Antwerpen) Ontwerp van J.A. Van der Gucht (© Jacques Sonck en G. Voet, Fotodienst Provinciale Musea Antwerpen)

Al in 1922 tekende architect J.A. Van der Gucht de plannen voor de wederopbouw. Aan de hand van iconografisch materiaal en enkele weergevonden grondvesten verrees in de jaren 1930 een tot de verbeelding sprekende reconstructie. 

Nadat de gemeente Deurne in 1926 niet was ingegaan op het voorstel om er het gemeentehuis in onder te brengen, speelde men met het idee om er de technische dienst van de provincie in onder te brengen. Al tijdens de heropbouw bleek dat het kasteel hiervoor niet geschikt was. Ook het idee om er een melkerij te huisvesten vond geen bijval.

Na een geschil tussen de Antwerpse burgemeester Camille Huysmans en de bestuurscommissie van de musea Steen en Vleeshuis, zochten enkele commissieleden een andere mogelijkheid om hun oudheidkundig onderzoek en hun verzamelactiviteit voort te zetten. In 1934 werd de Vereeniging Museum voor Vlaamsche Beschaving en Openluchtmuseum  opgericht.

Met het provinciebestuur werd een overeenkomst gesloten over het gebruik van het Sterckshof, dat op 21 mei 1938 aan de vereniging werd overgedragen en meteen voor het publiek werd opengesteld.

Privémuseum voor de Vlaamse volkscultuur

Maria Aldernaght, Portret van conservator Joseph de Beer, 1945 (© Jacques Sonck en G. Voet, Fotodienst Provinciale Musea Antwerpen) Maria Aldernaght, Portret van conservator Joseph de Beer, 1945 (© Jacques Sonck en G. Voet, Fotodienst Provinciale Musea Antwerpen)

Commissielid Joseph De Beer (1887-1953), die als onbezoldigd conservator zijn intrek nam in het kasteel, wilde het Sterckshof naar het voorbeeld van Arnhem en Skansen uitbouwen tot een openluchtmuseum over het dagelijkse leven uit het verleden en de volkscultuur van de Vlamingen.

In afwachting van de realisatie van het openluchtmuseum stouwde hij het kasteel vol met heterogene archeologische, natuurhistorische, volkskundige en kunstambachtelijke collecties. Hij verzamelde meer dan er ooit kon worden tentoongesteld. Dit bemoeilijkte ook na zijn dood nog decennialang een duidelijk museumprofiel en -beleid.

Boedelscheiding Museum Sterckshof

De V-bom die in 1945 insloeg op de gerestaureerde Sterckshoeve, gelegen tegenover het kasteel, en het initiatief van de provincie Limburg om in Bokrijk een openluchtmuseum te openen, noopten tot een herziening van het oorspronkelijk museumconcept.

Het Museum voor de Vlaamse Beschaving, dat vanaf 1948 ook door de staat werd gesubsidieerd, werd in 1951 kortweg omgedoopt tot het Museum Sterckshof.

Na het plotse overlijden van J. De Beer op 7 februari 1953 wachtte de vereffenaars van de vereniging de delicate opdracht om uit te maken welke voorwerpen en kunstwerken aan de vereniging toebehoorden, wat bruikleen van derden was, en wat de persoonlijke eigendom van de conservator was en dus zijn erfgenamen toekwam.

De toen doorgevoerde boedelscheiding verklaart waarom tal van objecten, meubels en schilderijen, die voorkomen op oude prentkaarten van de museumzalen, zich sindsdien niet meer in de collectie bevinden.

Een provinciaal museum

Sinds 1953 wordt het Museum Sterckshof beheerd door het provinciebestuur van Antwerpen, eerst onder de naam Provinciaal Museum voor Kunstambachten Sterckshof, later als Provinciaal Museum Sterckshof – Zilvercentrum.

In 2002 werd het omgedoopt tot Zilvermuseum Sterckshof. Naast de vele wijzigingen is er wel één constante vanaf de jaren 1950, namelijk de steeds groeiende collectie zilverwerk.

De tuin

Deels formeel, deels speels

tuin van het Zilvermuseum naar plannen van tuinarchitect Dennis Wauters in 1993 en binnentuin met de pittoreske waterput en klimrozen: ideale achtergrond voor een romantische foto tuin van het Zilvermuseum naar plannen van tuinarchitect Dennis Wauters in 1993 en binnentuin met de pittoreske waterput en klimrozen

Het Zilvermuseum Sterckshof ligt in de groene long van het provinciaal groendomein Rivierenhof, ten oosten van het Antwerpse stadscentrum.

Achter het kasteel is naar plannen van tuinarchitect Dennis Wauters in 1993 een tuin aangelegd, deels formeel en deels speels met buxushaagjes, bloemperken, waterpartijen en leilinden. Als wandelaar heb je vrije toegang tot het museumcafé en de tuin.

De binnentuin met de pittoreske waterput en klimrozen is een ideale achtergrond voor een romantische foto.