Tuin
In de zestiende eeuw omvatte de omgeving van het kasteel nog geen siertuin, maar wel de typische onderdelen van een laatmiddeleeuws buitengoed: een neerhof, moestuinen, boomgaarden, visvijvers en bossen voor hakhoutbeheer. Pas bij de aanpassingswerken door Conrard Schetz (vanaf 1608) werd een siertuin in renaissancestijl aangelegd. De tuinkamers werden omsloten door een begroeid latwerk, hekken en poortjes, verfraaid met decoratieve perken in buxus en middenin voorzien van een kleine snoeivorm als uitschieter.
De baroktuin
Rond het ‘vernieuwde’ kasteel uit 1713-1714 verscheen een typisch Franse tuin. De gravure van Guillaume de Bruyn toont de parterres, waterpartijen en fonteinen, opgesmukt met balustrades, vazen en beeldhouwwerk. Voor het eerst werd het parkdomein als één concept bekeken. Zelfs de moestuin aan de westzijde was geïntegreerd in het barokke ontwerp. De aanleg van het huidige grachtenpatroon, inclusief de aanplanting van de Vleminckxstraat, startte al in 1699.
De classicistische tuin
Servandoni, die ook de buitenzijde en het interieur van het kasteel aanpaste, was de auteur van een classicistische heraanleg. Hij speelde met symmetrie, perspectieflijnen en trompe-l’oeil-effecten. Hij ontwierp een centrale as, die de nieuwe ho ofdingang in de huidige Wolfgang d’Urselstraat met het kasteel en de dreven in het parkbos tot één geheel verbond. In 1784 werd dat centrale perspectief aan de zuidzijde zelfs doorgetrokken tot buiten het domein, door de aanleg van de huidige Kasteeldreef.
Het paviljoen De Notelaer
De Notelaer werd tussen 1792 en 1797 gebouwd in opdracht van Wolfgang-Guillaume, derde hertog d’Ursel, en zijn echtgenote, prinses Flore d’Arenberg. Op wandelafstand van hun kasteel vonden ze de perfecte locatie: op de rechteroever van de Schelde, tussen de monding van de Durme en de Rupel. Daar, aen den Notelaer, verzorgde een veerman al eeuwenlang een overzetdienst. Deze oude functie werd geïntegreerd in het nieuwe paviljoen, naar een ontwerp van een van de beste Franse architecten, Charles De Wailly. Zo werd De Notelaer een hertogelijke ontvangstruimte, maar tegelijk ook veermanswoning en herberg.
Lees meer in de publicatie 'Voor hertog en veerman'.
De landschapstuin
De Duitse landschapsarchitect Eduard Keilig stond in voor de heraanleg van het park in 1883. Hij koos daarbij voor de Engelse landschapsstijl, maar respecteerde ook een aantal beeldbepalende elementen uit de voorgaande fasen. De parterres verving hij door een rijke en gevarieerde collectie boomgroepen en bloeiende heesters. Zo ontstond een unieke combinatie van landschappelijke elementen en formele aanleg.
Lees meer over de tuingeschiedenis in de publicatie 'De tuinen van Hingene'.
