- Home
- Vrije tijd
- Cultuur
- Cultuurhuizen
- Kasteel d'Ursel
- Geschiedenis
- Architectuur
Architectuur
Het kasteel maakt een bijzonder homogene indruk: het lijkt alsof het in één keer werd ontworpen en gebouwd. Niets is minder waar. Gespreid over meer dan tweehonderd jaar hebben verschillende bouwfasen het ‘steyne huys’ van een rentmeester getransformeerd in een elegant hertogelijk paleis.
Een bescheiden begin
Het ‘steyne huys’
Halverwege de zestiende eeuw was het hof van Hingene niet meer dan het ‘steyne huys’ van Thibault Barradot, de ontvanger en rentmeester van het Land van Bornem. Het was een rechthoekig gebouw met een grote zaal en nog drie andere kamers. Rond het gebouw lag een gracht.
De resten van muren, haarden en vloeren van deze woning werden bij archeologisch onderzoek teruggevonden achter aan het huidige kasteel. Thibault Barradot zou echter vroegtijdig vertrekken. Geplaagd door financiële problemen moest hij in 1556 zijn ‘steyne huys ende hoff’ verkopen.
Een ‘huysinghe van plaisantie’
De nieuwe eigenaar was ridder Dierick van de Werve, een telg uit een Antwerps adellijk geslacht. Het huis van Barradot werd door de Van de Werves uitgebreid met een nieuwe vleugel en een grote, vrijstaande toren met duiventillen. Op de begane grond waren er een grote zaal, een grote salon, twee andere kamers, een galerij en een keuken. De eerste verdieping was ingedeeld in zes kamers en er waren een aantal zolders onder het dak.
Kasteel in bak- en zandsteenstijl
In 1608 verkochten de Van de Werves hun ‘groote schoone huysinghe van plaisantie, rondomme bewaetert met een groot watere en optreckende brugge’ aan Conrard Schetz (1553-1632). Tien jaar later nam hij de naam en het wapen aan van zijn tante Barbara d’Ursel. Vanaf dat ogenblik bleef het kasteel onafgebroken in handen van de familie d’Ursel, tot aan de verkoop in 1973. In 1638 verwierven zij de titel van graaf, in 1716 die van hertog.
Conrard Schetz liet meteen grootscheepse werken uitvoeren. De grachten werden opnieuw uitgegraven en er werd een tweede toren bijgebouwd. Een rechthoekige voorbouw verbond beide torens en de linkervleugel werd vervolledigd met een galerij. Ten slotte verhuisde de hoofdingang naar de andere kant van het gebouw, waar een houten ophaalbrug werd geplaatst. In het tweede kwart van de 17de eeuw was het kasteel een gebouw in traditionele bak- en zandsteenstijl, met vier vleugels om een vierkante binnenplaats.
Barokke parel
In het begin van de achttiende eeuw volgde een belangrijke verbouwing in opdracht van graaf – later hertog – Conrard-Albert d’Ursel (1665-1738). Onder leiding van de Franse architect Jean Beaucire kreeg het kasteel in 1713 en 1714 zijn huidige grondplan.
De voorbouw, de linkervleugel en de brug werden volledig gesloopt en heropgebouwd. Daarbij werd heel wat afbraakmateriaal opnieuw gebruikt. Een inspringende, gebogen façade in barokstijl verving de oude voorbouw. De façade werd bekroond met een balustrade en voorzien van een mansardedak met oeils-de-boeuf, versierd met vergulde koperen bollen. De voormalige binnenplaats werd overdekt en in het gebouw opgenomen.
Een classicistisch kasteel
Tussen 1761 en 1765 werd het barokke kasteel van Hingene nogmaals aangepast aan de heersende mode, dit keer het classicisme. Voor de heraanleg engageerde hertog Charles d’Ursel (1717-1775) de Italiaan Giovani Nicolano Servandoni, die als architect, schilder en decorbouwer carrière had gemaakt in Londen en Parijs.
De grote aandachtstrekker van zijn ontwerp was de vernieuwde okergele gevel: een symmetrische aanleg met centraal een inspringende, gebogen inkompartij en een strakke gevelbepleistering, met rijen van witte luiken. De torenspitsen werden vervangen door lagere tentdaken, voor het oog verborgen achter een balustrade. De voorgevel werd verhoogd en eveneens bekroond met een balustrade. Servandoni drukte ook zijn stempel op het interieur van het kasteel.
De achttiende-eeuwse, okergeel geschilderde kalkbepleistering maakte rond 1900 plaats voor een lichtgrijze cementafwerking. Ondanks deze en enkele andere, kleinere ingrepen is het kasteel tot vandaag een mooi bewaard voorbeeld van het wonen in de achttiende eeuw.
Nieuw leven voor kasteel op drift
Gedwongen verkoop
In 1973 verkocht de toenmalige hertog Henri d’Ursel (1900-1974) – met pijn in het hart, maar noodgedwongen – het kasteel en het park aan de gemeente Hingene. Het paviljoen De Notelaer en het aangrenzende polder- en broekland waren al in 1953 van de hand gedaan. Het bos Den Hinck, ten oosten van het kasteelpark, kwam grotendeels in het bezit van een projectontwikkelaar. De pogingen om dit bos te verkavelen en er een luxueuze villawijk in te planten, liepen op niets uit.
Via Bornem naar de Vlaamse Gemeenschap
Na de fusie kwamen het park en het kasteel bij de gemeente Bornem terecht. Het park werd al snel een geliefde plek om te wandelen, maar het kasteel bleef een zorgenkind. Het was moeilijk om er een goede, nieuwe bestemming voor te vinden.
In 1979 droeg de gemeente Bornem het gebouw over aan de Vlaamse Gemeenschap. Die gaf opdracht het dak te herstellen en liet de gevels roze schilderen. Rond 1990 verpachtte ze het kasteel aan een particulier, die zonder veel aandacht voor de historische waarde van het interieur, startte met de herinrichting tot congrescentrum. Door het plotse overlijden van de erfpachthouder vielen die werken abrupt stil.
Onder de vleugels van de provincie Antwerpen
Na een leegstand van bijna twintig jaar kocht de provincie Antwerpen in 1994 het kasteel. De provincie bezit inmiddels ook de tuinen en het parkdomein, waardoor de eenheid van de historische kasteelsite werd hersteld. Dit geheel werd op 15 mei 2000 samen met de omgeving van het paviljoen De Notelaer beschermd als landschap.
Op basis van een materieel-wetenschappelijk, historisch en archeologisch onderzoek reconstrueerde het provinciebestuur de bouwgeschiedenis van het kasteel. Deze onderzoeksresultaten dienden als basis voor de restauratie. Ondertussen zijn de kelders, de begane grond en de eerste verdieping gerestaureerd. De werken aan de tweede verdieping startten in augustus 2010 en zullen in de loop van 2011 worden voltooid.
Volg de restauratie aan de hand van enkele filmpjes:
