Beschikbare skip links


Arenbergschouwburg

Bart Moeyaert sprak in De Kern met interviewster Kaat Mey over deze voorstelling.

Hoe bent u er toe gekomen om Het Paradijs te schrijven?
“De artistiek directeur van het Nederlands Blazers Ensemble zag mijn voorstelling van Broere — waarvan het begin trouwens in De Kern in Wilrijk is gemaakt — en belde mij op met de vraag of ik het scheppingsverhaal naar mijn hand wilde zetten. Ik heb ja gezegd omdat het een mooi plan was. Het contact met het NBE verliep heel prettig. Later kwam het plan om er een trilogie van te maken. De Schepping ging over het begin van alles. Het Paradijs is het vervolg, over het leven, met Adam en Eva in de tuin van Eden. Er komt ook nog een derde en laatste deel, De Hemel. Het NBE wilde vanaf het begin al de muziek van Haydn gebruiken.”

Waarover gaat de voorstelling?
Je stapt het paradijs binnen, zo eenvoudig is het. Je hoeft geen voorkennis te hebben. In het paradijs staat alles bijna in bloei, dat is zo volgens de Bijbelse verhalen. Er is niks piepjongs of niks ouds aanwezig. Er zijn alleen een man en een vrouw, twee jongvolwassenen die in mijn bewerking niet bij naam worden genoemd. De man weet van aanpakken, hij regelt alles, houdt alles in bedwang. De vrouw zorgt en reddert, maar algauw mist zij het botten en bloesemen, ze mist iets wat jong is, ze mist ook de aanwezigheid van de dood — al kan ze dat allemaal niet onder woorden brengen. Zij begint zich te vervelen in al die harmonie. Dat zij het ontbreken opmerkt, maakt haar de pienterste van de twee.”

Hoe verliep de samenwerking met het NBE?
“Na het eerste deel was het enthousiasme van het NBE zo groot dat er een tweede deel is gekomen. Bart Schneemann, hoboïst en artistiek directeur van het NBE, opperde dat een trilogie toch fantastisch zou zijn. Zelf werd ik vooral enthousiast toen het plan ontstond om ergens in 2015 een marathonvoorstelling van de drie delen te houden, om de drie voorstellingen achter elkaar te spelen.”

Was het voor de hand liggend om zo een oud verhaal te herwerken?
Toen ik ja had gezegd, besefte ik pas later weer dat ik een Bijbels verhaal naar mijn hand moest zetten. Evident vond ik dat toch niet. Ik ben katholiek opgevoed en raken aan God, dat doe je niet zomaar. Ik kwam er al gauw achter dat alles kan, als het maar respectvol gebeurt. De reacties van gelovigen en niet-gelovigen waren heel prettig. Geen enkele gelovige vond dat we blasfemie hadden gepleegd en geen enkele niet-gelovige was plots wel beginnen geloven. Mensen stonden open voor het verhaal omdat het heel eenvoudig over het begin van de dingen gaat, en over de eerste relatie ooit. Dat verhaal raakt de mensen omdat het over de basis van alles gaat.”

Interview: Kaat Meys

terug