- Home
- Vrije tijd
- Cultuur
- Cultuurhuizen
- Arenbergschouwburg
Arenbergschouwburg
JAN MULDER was profvoetballer bij Ajax en Anderlecht.
Midden jaren zestig haalde Anderlecht de Nederlandse midvoor binnen. In geen tijd werd Mulder de lieveling van het Brusselse publiek. Jacky Dupont, de 'koning van de Brusselse nacht', liet de voetballer proeven van het leven van de beau monde en bracht hem in contact met sterren als de zanger Claude François en de balletdanser Rudolf Noerejev.
Vanaf 1975, na het beëindigen van zijn sportieve carrière is Jan Mulder zich gaan richten op de journalistiek. Hij schrijft korte verhalen en reportages, onder meer in de Volkskrant, Elsevier en Humo. Daarnaast was hij jarenlang samen met Remco Campert als ‘Camu’ vaste columnist bij de Volkskrant en is hij een veelgevraagd televisiepersoonlijkheid. Maandelijks schuift hij aan als tafelheer bij ‘De Wereld Draait Door’ en bij diverse voetbalpraatprogramma’s is hij een graag geziene gast.
Tot zijn eerste boeken behoren Opmars der strafschopgebieden (1978), Diva in Winschoten (1988), De vuurspuwer van Ootmarsum (1991) en Fiebelekwinten (1994, samen met Remco Campert). Daarna verschenen onder meer de novelle Spreek en Vergissing (1994), Villa BvD (1999, een verslag over zijn verblijf in Roquebrune, tijdens het wereldkampioenschap voetbal 1998 in Frankrijk), Familie-album (1999, samen met Remco Campert).
Zijn Verzameld Sportwerk werd uitgegeven in de delen Overwinningen & Nederlagen (deel 1, 2001), Spelers & Speelsters (deel 2, 2001), Opkomst & Ondergang (deel 3, 2001) en Strafschopgebieden & Reserves (deel 4, 2002). Mulders verzamelde proza – verhalen en columns – verscheen onder de titel De vrouw als karretje (2001). In 2003 publiceerde hij de roman Iris in de zomer van 2003. In 2009 schreef hij Labradoedel. In de zomer van 2009 verscheen De Analyticus.
REMCO CAMPERT is dichter en schrijver van verhalen, romans en kinderboeken.
Bekende werken van Campert zijn o.a. Het leven is vurrukulluk 1961), Alle dagen feest (1974), Somberman's actie (1985) en Liefde in Parijs (2004).
Remco Campert maakte deel uit van de literaire stroming de Vijftigers. Zijn vader was de dichter Jan Campert, schrijver van het gedicht Het Lied der Achttien Doden, zijn moeder de actrice Joeki Broedelet. Voorjaar 1950 richt hij met Rudy Kousbroek het tijdschrift Braak op. In juli van hetzelfde jaar wordt de redactie uitgebreid met Lucebert en Bert Schierbeek. Na het verschijnen van de bloemlezing Atonaal in 1951, onder redactie van Vinkenoog, worden de daarin opgenomen dichters onder wie Gerrit Kouwenaar, Jan G. Elburg en Hugo Claus, aangeduid als de Vijftigers.
Hoewel begonnen als dichter, worden zijn verhalen in tijdschriften steeds langer en publiceert hij romans. In 1976 ontvangt hij de P.C. Hooftprijs voor zijn poëzie.
Van 1989 tot 1995 leest Campert met Jan Mulder en Bart Chabot in theaters voor uit eigen werk. Van 1996 tot 2006 schrijft Campert samen met Mulder een gezamenlijke column op de voorpagina van De Volkskrant - CaMu - waaraan zij om beurten een bijdrage leveren.
In 2004 verscheen Een liefde in Parijs, zijn eerste roman in meer dan tien jaar, die zeer lovend werd besproken en uitgroeide tot een grote bestseller. Het Parool schreef: 'Hier is de meester aan het werk.' In 2006 verscheen Het satijnen hart, een weemoedig portret van een schilder die tot op hoge leeftijd niet kan kiezen tussen liefde en kunst. Recent werk : de dichtbundel Nieuwe herinneringen (2007) en Dagboek van een poes (2007).
Campert is er intussen 80. Toch denkt, schrijft en leeft hij niet wezenlijk anders dan zijn jonge ik.
