Verwarming
Het stalklimaat is een belangrijke factor in het management van vleeskuikens. Een goed stalklimaat heeft een positief effect op de gezondheid en het welzijn van de kippen.
Een belangrijk aspect van het stalklimaat is het verwarmingssysteem. De meeste vleeskuikenstallen worden verwarmd met klassieke warmtekanonnen. Deze verbranden een fossiele brandstof, meestal petroleum, in de stal zelf. De warmtekanonnen gebruiken zuurstof uit de stallucht en brengen CO2 en verbrandingsgassen in de stal.
Volgens de nieuwe Europese richtlijn 2007/43/EG, die minimumvoorschriften voor de bescherming van vleeskuikens vastlegt, moeten we immers aan extra voorwaarden voldoen om in de vleeskuikenstallen een bezettingsdichtheid van 39 of 42 kg/m² te kunnen toepassen. Zo moet, naast een aantal managementeisen, de CO2-concentratie ter hoogte van de dieren onder de norm van 3000 ppm blijven. Vooral bij gebruik van warmtekanonnen is het in de eerste week van de ronde niet vanzelfsprekend om die norm te halen.
Op het Proefbedrijf Pluimveehouderij vergeleken we in het ADLO-demonstratieproject over CO2-reductie in pluimveestallen (2008-2010) tijdens zes rondes drie verwarmingstechnieken:
klassieke warmtekanonnen
centrale verwarming met deltabuizen
centrale verwarming met heater
De technische resultaten waren gelijkwaardig bij de verschillende verwarmingssystemen. Bij het warmtekanon was echter wel een hogere minimumventilatie ingesteld om de CO2-concentratie onder controle te houden. Het hogere ventilatieniveau bij het warmtekanon leidde wel tot een opvallend hoger energieverbruik.
Bij deze proef met verwarmingssystemen stelt zich de vraag wat het resultaat is als bij het warmtekanon geen hogere minimumventilatie ingesteld wordt. Daarom hebben we begin 2011 in een bijkomende proef over twee rondes de verwarming met warmtekanonnen vergeleken met een centrale verwarming met deltabuizen bij dezelfde instellingen voor de ventilatie.
Het effect van het verwarmingssysteem op het energieverbruik, de CO2-concentratie en de technische resultaten is bepaald. Tijdens deze rondes is het CO2-gehalte continu gemeten met sensoren. Onder de CO2-norm van 3000 ppm blijven is niet vanzelfsprekend in de winterperiode. Vooral bij het gebruik van klassieke warmtekanonnen is dit een aandachtspunt in het begin van de ronde. In de eerste week zagen we merkelijk hogere CO2-gehaltes bij gebruik van het warmtekanon, daarna werd het verschil snel kleiner.
Vanaf de tweede week wordt het aandeel van de kuikenademhaling reeds heel belangrijk, de snelgroeiende kuikens produceren zelf enorm veel CO2 via hun ademhaling. Zelfs bij een centraal verwarmingssysteem moet je daarom in de tweede en derde week voldoende ventileren om onder de CO2-norm van 3000 ppm te blijven.
Een CV-systeem biedt mogelijkheden voor het gebruik van alternatieve energiebronnen. Een warmtekanon met afvoer van de verbrandingsgassen is een interessant alternatief voor het klassieke warmtekanon om de CO2 in het begin van de ronde in de hand te houden.
Globaal over deze twee proefrondes stelden we geen duidelijke verschillen in technische resultaten vast tussen de verwarmingssystemen. We zagen ook geen verschillen in strooiselkwaliteit, hak- en voetzoolaantasting en energieverbruik.
De resultaten van deze proefrondes zijn voorgesteld op de studiemiddag van 2011, je kunt ze raadplegen in bijgevoegde presentatie en in de Mededeling 61.
Publicaties:
61. Warmtekanon versus centrale verwarming: let op CO2 in de stal
Meer info?
Kris De Baere
Expert
tel.: 014 56 28 76
fax: 014 56 28 71
e-mail: kris.debaere@proefbedrijf.provant.be
