Proeven met maïs
Specifieke aandachtspunten beproeft Hooibeekhoeve in projecten uitgevoerd in het kader van het Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw. De resultaten ervan kun je gratis raadplegen op de website van het LCV.
Op deze pagina staat een overzicht van de proeven met maïs.
Rassenproef kuilmaïs
Traditiegetrouw ligt op een perceel van de Hooibeekhoeve in Geel een rassenproef kuilmaïs van het LCV-netwerk aan. We vergelijken er niet minder dan 45 rassen van diverse zaaizaadfirma’s. De proef ligt aan in vier herhalingen en wordt gezamenlijk verwerkt met de andere LCV-proeven. Zowel het drogestofgehalte, de totale drogestofopbrengst als de kolfopbrengst en voederwaarde worden bepaald. Dit project wordt gecoördineerd door de Hogeschool Gent – Departement Biowetenschappen en landschapsarchitectuur.
Netwerk ‘schatting oogstdatum maïs’
Bij deze proef worden telkens drie rassen uitgezaaid op twee tijdstippen. We volgen de bloei op en vanaf eind augustus wordt wekelijks een monster genomen voor drogestofbepaling. De resultaten publiceren we samen met de overige resultaten van het netwerk wekelijks in de vakpers. Dit project loopt onder coördinatie van CIPF vzw.
Minimale bodembewerking bij maïs
De aanleiding van dit project is de problematiek van erosie, maar op de vlakke percelen van de Kempen wordt minimale bodembewerking vooral als kostenbesparing gezien. Op vier locaties in Vlaanderen, waarvan één door de Hooibeekhoeve wordt opgevolgd in Heppen, wordt de klassieke bodembewerking door middel van ploegen vergeleken met een beperkte bodembewerking met een cultivator en met directzaai, zonder grondbewerking.
In deze proef zijn gras en rogge de bodembedekkers. Aangezien bij de verschillende manieren van bodembewerking een invloed te verwachten is op de mineralisatie, worden er nog drie stikstofniveau's aangelegd per bodembewerking, waarbij een stikstofbemesting uitgevoerd wordt volgend advies (stikstofindex Bodemkundige dienst van België), 30 procent verlaagd advies en 30 procent verhoogd advies. Projectcoördinator van dit project is Hogeschool Gent – Departement Biowetenschappen en landschapsarchitectuur.
De proef in Heppen loopt in het kader van het Interreg IV-project "BodemBreed".
Dit project wordt gefinancierd door de Europese Unie.
Groenbemesters na maïs
Door een groenbemester te zaaien na maïs kun je een belangrijke bijdrage leveren om het humusgehalte op peil te houden en het nitraatresidu te beheersen. Rogge en Italiaans raaigras zijn de klassieke gewassen die je na maïs kunt inzaaien.
Op de markt worden echter heel wat mengsels aangeboden die zich beter ontwikkelen bij late zaai, meer stikstof zouden vastleggen ... Naast grassen en granen of mengsels ervan zijn er mogelijk andere gewassen zoals bladkool en Japanse haver die als groenbemester in aanmerking komen. In dit project vergelijken we een aantal van deze groenbemesters op het gebied van ontwikkeling, stikstofopname/vrijstelling en het effect op de volgteelt maïs.
Dit project wordt gesubsidieerd in het kader van de subsidiekorf van de provincie Antwerpen en loopt eveneens in het kader van het Interreg IV-project "BodemBreed", gefinancierd door de Europese Unie.
