Nieuwsbrief nummer 3
Samen naar een gedragen toekomstvisie voor de Noorderkempen |
De Noorderkempen wordt idyllisch mooi bezongen in het liedje ‘In de stille Kempen’. Zo stil is het er nochtans niet! De Noorderkempen is een zeer ambitieuze regio: aan plannen en bedrijvigheid is er geen gebrek. Als provincie zijn we dan ook blij dat de mobiliteitsstudie verder vorm krijgt. De 14 gemeenten zitten op dezelfde golflengte en willen zich inzetten om de verschillende ambities van de Noorderkempen hand in hand te laten gaan met alle andere troeven van de regio. Denk maar aan het groene hart, de open ruimtes, het kanaal, ... En er staat nog meer in deze nieuwsbrief. Ook het goederenvervoer over het water, een mogelijke spoorontsluiting voor de Veedijk, de ontwikkeling van de glastuinbouw en de ‘projecten in uitvoering’ komen aan bod. Veel leesplezier! Inga Verhaert
Gedeputeerde voor Mobiliteit
|
Vierde scenario toegevoegd op vraag van de gemeenten |
In de onderzoeksfase groepeerde de provincie Antwerpen de verschillende ruimtelijke ideeën van gemeenten en partners in drie verschillende concepten. Voor elk scenario zijn de mogelijke effecten in kaart gebracht. Na de bespreking van de mogelijkheden én knelpunten van de verschillende scenario’s, hebben de gemeenten samen nog een vierde mogelijk scenario uitgebouwd. Ook voor dit vierde scenario zijn alle pro’s en contra’s intussen opgelijst. Het nieuwste scenario vertrekt van een boomstructuur, met de N14 (Hoogstraten - Zoersel) als stam. De N144 (E19 - Hoogstraten), N131 en N153 (Malle - Brecht) zijn de takken op deze stam. Deze wegen ontsluiten de verschillende bedrijventerreinen en leiden het verkeer naar de E34 en de E19. Deze hoofdstructuur verzamelt zowel het auto- als het vrachtverkeer. Ook een sluiting van de ring van Turnhout is onderzocht, maar daardoor zou het verkeer enkel verschuiven van de zuidzijde naar het noorden. De sluiting zorgt niet voor minder verkeersdruk en is daarom niet verder meegenomen. Alle scenario’s werden uitgebreid onderzocht met het verkeersmodel van het Vlaams Verkeerscentrum. Daarnaast voerde de provincie Antwerpen ook een kwalitatief onderzoek, om een zicht te krijgen op de impact van de verschillende maatregelen op natuur, landschap, archeologie, landbouw, water, ... Er was ook oog voor de belasting van het wegennet, de verkeersleefbaarheid, reistijdwinst, ... Dit gaf een beeld van zowel de knelpunten als de mogelijkheden van de regio. Uiteindelijk dienden deze onderzoeken als basis voor de ontwerpvisie van de ‘nieuwe’ Noorderkempen.
|
De krijtlijnen voor een gebiedsgerichte visie zijn uitgetekend |
Een historisch moment voor de Noorderkempen: de 14 gemeenten gaven unaniem hun goedkeuring voor de nieuwe krijtlijnen voor de Noorderkempen tot 2020 en verder. In de oriëntatiefase analyseerde de provincie de bestaande verkeersstromen in de Noorderkempen. Ook de ruimtelijke structuur en de geplande ontwikkelingen in de regio zijn bekeken op basis van bestaande studies en plannen. Van daaruit vertrok de tweede fase van de studie, de onderzoeksfase. De hamvraag: welk effect hebben de huidige en toekomstige ontwikkelingen op het verkeer en de ruimtelijke ordening in de regio? Of meer concreet: welk soort verkeer zal gebruik maken van welke wegen? Hoeveel bijkomend verkeer mogen we verwachten tegen 2020? Wie zal van waar naar waar rijden? Daarnaast komen ook zaken zoals veilig oversteken, milieu en leefbaarheid in de dorpskernen aan bod. Het kwalitatief en kwantitatief onderzoek bekeek de effecten vooral met een regionale bril. Na veel wikken en wegen was de nieuwe visie voor de Noorderkempen een feit. De 14 gemeenten - Arendonk, Baarle-Hertog, Beerse, Brecht, Hoogstraten, Malle, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels, Rijkevorsel, Turnhout, Vosselaar, Zandhoven en Zoersel - staan allemaal achter de volgende principes: De Noorderkempen heeft nood aan een robuust en betrouwbaar wegennet om de bereikbaarheid en de leefbaarheid in de kernen te verbeteren. Ontwikkelingen her en der verspreid vormen geen goede basis voor een duurzame ontsluitingsstrategie. Het streefdoel is dan ook om het verkeer te bundelen om zo de impact op de omgeving te beperken. Een aantal omleidingswegen, bijvoorbeeld rond de kernen van Brecht, Zoersel, Malle, Rijkevorsel en Baarle, zullen hier een belangrijke meerwaarde leveren. We moeten op zoek gaan naar een samenhangend netwerk voor vrachtverkeer. De belangrijkste bedrijventerreinen zullen een rechtstreekse aansluiting krijgen op het robuust wegennet. Het voordeel hierbij is dat ze vlot naar de E19-E34 kunnen zonder door de kernen te rijden. In de toekomst zullen nieuwe bedrijventerreinen ook gekoppeld worden aan deze ontsluitingsstructuur. Uiteraard moet er ook gewerkt worden aan zones waar doorgaand vrachtverkeer niet gewenst is. Een belangrijk principe is dat van het openbaar vervoer als volwaardig alternatief. Zo moet het doortrekken van de tram op de N12 tussen Antwerpen en Malle een antwoord geven op het drukke verkeer in Schilde en Malle. De doorstroming van het openbaar vervoer moet aanzienlijk verbeteren om als volwaardig alternatief te kunnen dienen. Daarom krijgen bepaalde wegen een functie als openbaar vervoeras; het doorgaand autoverkeer zal er geweerd worden. Ook het spoor kan beter. Zo is er het voorstel van een bijkomend station Turnhout-Zuid (aan de E34). De Noorderkempen heeft uiteraard nog andere troeven om uit te spelen. Zo is er de mooie open ruimte die zeker gevrijwaard moet blijven en is het concept van groene kamers gelanceerd. De studie wil de verschillende groene kamers bundelen tot een groter samenhangend geheel. In dit kader willen we ook een verdere verlinting langs het kanaal Dessel - Turnhout - Schoten tegengaan. Het doel is om de watergebonden activiteiten te bundelen en beter te ontsluiten. Nieuwe niet-watergebonden activiteiten zijn niet meer gewenst langs het kanaal. Op deze manier kan de recreatieve functie van het kanaal beter tot zijn recht komen. Het aantal overgangen van het kanaal wordt beperkt en deze krijgen een nieuwe functie als exclusieve fietsbrug en busdoorsteek. Het kanaal maakt de verbinding tussen de verschillende groene kamers.
In de volgende fase van de studie zal de provincie Antwerpen deze visie samen met alle gemeenten en andere belangrijke actoren verder verfijnen en vertalen naar een concreet actieplan.
|
Veedijk in Turnhout: 14 hectare bedrijventerrein mogelijk te ontsluiten via het spoor? |
De Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (IOK) ontwikkelt in totaal 42 hectare regionaal bedrijventerrein aan de Veedijk, vlakbij de E34 in Turnhout. Een eerste fase van 24 hectare wordt in januari 2012 opgeleverd. Deze terreinen zijn bestemd voor bedrijven van regionaal belang met één van de volgende hoofdactiviteiten: productie en verwerking van goederen onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op- en overslag, voorraadbeheer, groepage en fysieke distributie
In een duidelijk omschreven strook van 5 hectare mogen ook kantoorfuncties en kantoorachtigen zich vestigen, als ze gekoppeld zijn aan één van de hoofdactiviteiten. Deze strook ligt in het zicht van de E34. Een beperkt aantal activiteiten zijn er niet toegelaten. Het gaat bijvoorbeeld om kleinhandel en agrarische productie. Bij de inrichting van het terrein gaat veel aandacht naar de groene omkadering en de waterhuishouding. Denk maar aan ruime bufferzones, infiltratiebekkens en -grachten. Ook een vrachtwagenparking van 1 hectare is een optie. In een tweede fase komt daar nog 18 hectare bij. Dat zal waarschijnlijk in 2014 zijn. Van die 18 hectare nemen een aantal bestaande bedrijven 4 hectare in voor uitbreiding. De resterende 14 hectare blijven zolang mogelijk intact voor een eventueel multimodaal logistiek project. Een extra goederenspoor is hier zeker een optie. Ook dit maakt deel uit van de scope van de studie. Bij nieuwe logistieke oplossingen – en bij spooroplossingen in het bijzonder - speelt de problematiek van ‘de kip en het ei’. Er wordt geen behoefte opgetekend omdat er geen aanbod is. Bovendien is het moeilijk om de karakteristieken van dat eventueel toekomstige aanbod in te schatten. Het nieuwe aanbod (terminal, diensten) komt er niet, omdat er geen concrete vraag is. Bovendien vergen infrastructuurprojecten heel veel tijd. Voordat een concept uitgewerkt is en operationeel, zijn al gauw enkele jaren verstreken. Dit maakt het nodige engagement nog minder evident en het doorbreken van de vicieuze cirkel moeilijker. Om dit uit te klaren is meer onderzoek en een proactieve houding nodig! In de volgende fase bekijken we daarom of we tot een overeenkomst kunnen komen met de (toekomstige) bedrijven en de NMBS.
|
Cijfer in de kijker |
Uit het statistisch jaarverslag van nv De Scheepvaart blijkt dat het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten in 2010 goed was voor het transport van 1.135.464 ton goederen. 609.635 ton passeerde op het gedeelte Dessel-Turnhout; 525.829 ton op het gedeelte Turnhout-Schoten. Het gaat hoofdzakelijk om delfstoffen en bouwmaterialen, vervoerd door 3.043 schepen. Op dit ogenblik zijn er een tiental bedrijven langs de oevers van het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten die het kanaal gebruiken voor de aan- en afvoer van hun goederen. Een sterke daling tegenover 1977, toen de scheepvaart op dit kanaal nog meer dan 2,3 miljoen ton goederen vervoerde. Door de massale aanleg van nieuwe wegen verloor de binnenvaart heel wat trafiek aan het wegvervoer. De laatste tijd stijgt het vervoer via de kanalen echter opnieuw en nv De Scheepvaart verwacht dat deze tendens zich de komende jaren zal doorzetten. Nv De Scheepvaart voert momenteel baggerwerken uit op dit kanaal. Dat was broodnodig omdat de schepen nu met een beperkte diepgang moeten varen en maar een deel van hun laadcapaciteit kunnen benutten. Na het uitvoeren van de baggerwerken kunnen schepen opnieuw tot 1,90 meter diep gaan en zo tot 30 procent meer lading vervoeren. Daardoor verhoogt het rendement van de binnenvaart en de verwachting is dan ook dat de trafiek de volgende jaren zal blijven stijgen.
|
De studie van de Noorderkempen in relatie tot de ontwikkeling van de glastuinbouw |
Niet alleen bedrijvigheid en wonen, maar ook een goed functionerende land- en tuinbouw verdient aandacht bij de opmaak van de gebiedsgerichte visie. Een voorbeeld. In het ruimtelijk structuurplan provincie Antwerpen (RSPA) is voorzien dat de provincie glastuinbouwgebieden van provinciaal belang afbakent. De macrozone Hoogstraten - dat zijn de gemeenten Hoogstraten, Wuustwezel, Brecht, Rijkevorsel, Merksplas, Beerse en Malle - geldt als een provinciaal concentratiegebied voor glastuinbouw. De provincie Antwerpen wil haar toppositie in de glastuinbouw veiligstellen voor de toekomst. De glastuinbouw is een belangrijke economische sector, die in de afgelopen jaren echter sterk van karakter veranderd is. Bedrijven passen nieuwe technologieën toe, groeien en vragen bijgevolg meer ruimte. Die ruimte is niet altijd beschikbaar. De dienst Landbouw- en Plattelandsbeleid van de provincie Antwerpen heeft samen met een aantal andere provinciale diensten een strategisch plan opgemaakt voor deze macrozone. Dit kaderplan zet de krijtlijnen uit voor de agrarische structuur, en duidt verschillende soorten gebieden aan. Zo zijn er gebieden waar geen nieuwe ontwikkeling van glastuinbouw gewenst is, gebieden waar een verspreide ontwikkeling mogelijk is en gebieden waar grootschalige glastuinbouwbedrijven zich meer geconcentreerd mogen vestigen. Op deze manier streeft het provinciebestuur naar een evenwichtige ontwikkeling van de landbouwsector. Meirberg in Hoogstraten en Rand in Rijkevorsel zijn zones die in aanmerking komen voor geconcentreerde glastuinbouw. Samen met de betrokkenen onderzoekt de provincie Antwerpen de mogelijke ontwikkeling van deze twee zones. Er is een nauwe wisselwerking met de mobiliteitsstudie van de Noorderkempen, want de invoer van de glastuinbouwzones heeft natuurlijk een effect op de mobiliteit in de omgeving. Uiteraard is de bereikbaarheid van de veiling voor de tuinders ook een aandachtspunt.
|
Projecten in uitvoering: De Schaaf/Delften en omleidingsweg rond Zoersel |
Het RSPA selecteert Malle als economisch knooppunt. Concreet wil dit zeggen dat Malle een hoog aandeel aan werkgelegenheid kent. Dé plaats bij uitstek om economische ontwikkelingen te concentreren. Zowel lokale als regionale bedrijvigheid kunnen zich in een economisch knooppunt verder ontwikkelen. Het bedrijventerrein De Schaaf/Delften ligt centraal in de gemeente Malle en vormt het economische zwaartepunt ervan. Ten zuiden grenst het aan de gemeente Zoersel. Het bestaande regionale bedrijventerrein is ongeveer 161 hectare groot. Malle wil ten noordoosten van dit bedrijventerrein het lokaal bedrijventerrein Hooyberg ontwikkelen en Zoersel plant aan de zuidelijke kant ervan het nieuwe lokale bedrijventerrein De Kievit. Om het industriegebied beter bereikbaar te maken en de overlast in de kernen te verminderen, voerde de Provinciale OntwikkelingsMaatschappij Antwerpen (POM) een studie uit. De POM onderzocht onder andere mogelijke tracés voor de ontsluiting van het gebied. Twee opties kwamen uit de bus: een zuidelijke ontsluiting van De Schaaf/Delften: het verkeer tussen het bedrijvenpark en het hoofdwegennet gaat in eerste instantie zuidwaarts naar de E34. Dit gaat gepaard met beperkende maatregelen, zoals tonnagebeperkingen, om de hinder in de kernen van de gemeenten te beperken. een ontsluiting als onderdeel van een verbindingsweg tussen Zoersel en Brecht. Door gebruik te maken van de reservatiestrook voor een westelijke omleidingsweg rond Oostmalle, komt er minder verkeer in het centrum.
Prioritair was de aansluiting van het bedrijventerrein op de omleidingsweg rond Zoersel. De verschillende partners van de studie geven op basis van verschillende analyses de voorkeur aan de tweede optie, de verbindingsweg. De koe wordt meteen bij de horens gevat. Het Agentschap van Wegen en Verkeer start nog dit jaar met een studie om het juiste tracé te bepalen van de verbindingsweg voor het stuk vanaf de ringweg van Zoersel tot de N12.
|
Blijf op de hoogte, abonneer je op deze nieuwsbrief |
Wil je deze nieuwsbrief in de toekomst nog ontvangen? Abonneer je dan als volgt: 1. vul rechts bovenaan je e-mailadres in
2. klik op 'verzenden'
3. je ontvangt een mail met een link waarop je nog eens klikt om je inschrijving te bevestigen
De nieuwsbrief 'Mobiliteitsstudie gebiedsgerichte visie Noorderkempen' is een uitgave van de dienst Mobiliteit van de provincie Antwerpen. Dienst Mobiliteit
Provincie Antwerpen
Koningin Elisabethlei 22
2018 Antwerpen
T: 03 240 66 97
E-mail: mobiliteit@admin.provant.be
Website: www.provant.be/mobiliteit/wegen/studies
|
|
|