Beschikbare skip links


Verkeerslessen in de praktijk op maat van elk leerjaar

hindernis op voetpad

Afstanden in het verkeer bepalen en mogelijke gevaren inschatten zijn complexe vaardigheden die kinderen niet leren op een stoel in de klas. Met zorgvuldige training op de speelplaats en op straat leren ze veilig deel te nemen aan het verkeer. Verschillende opvoeders (school, ouders, politie, overheid … ) moeten regelmatig oefeningen aanbieden. 

 

 

Hieronder vind je enkele criteria voor een goede verkeerseducatie op school. Op de pagina's voor leerkrachten vind je nog meer informatie en tips. Met de 10op10-lesfiches kun je zelfs meteen met een hele klasgroep aan de slag gaan.

Leerlijn verkeer

Al vanaf de kleuterleeftijd kunnen we een zorgvuldige praktijkgerichte training opstarten. Door een leerlijn [Een leerlijn is een document met per leerjaar enkele verkeersdoelen in de praktijk om een graduele opbouw en continuïteit in het lesprogramma in te bouwen. ] verkeer op te stellen, bepalen scholen op voorhand welke vaardigheden en oefeningen jaarlijks in elk leerjaar aan bod komen. Zo evolueren kinderen van begeleid en beschermd oefenen naar zelfstandig en bewust deelnemen aan het verkeer. Voorbeelden van praktijkdoelen per leerjaar vind je op de pagina's voor leerkrachten.

Praktijkoefeningen in alle klassen

Brevet VSV

De kinderen oefenen alle vaardigheden eerst in een beschermde omgeving en dan pas in het echte verkeer. Af en toe evalueren is nodig om vast te stellen hoe vaardig de leerlingen zijn en in welke mate ze bepaalde verkeersgedragingen onder de knie hebben. Scholen kunnen bijvoorbeeld met een brevettensysteem werken.

 

Een brevet is een leuke beloning voor de verworven kennis en vaardigheden. Ieder kind verdient als aanmoediging een brevet op zijn eigen niveau.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De verschillende verkeersrollen

Kinderen uit het basisonderwijs bewegen zich vooral te voet, met de fiets en als passagier in het verkeer. Af en toe gebruiken ze het openbaar vervoer. Andere, meer recente verkeersrollen zijn: stepper, skateboarder, rollerskater …

 

Meer informatie over educatie voor de verschillende verkeersrollen vind je onder het luik informatie voor leerkrachten op de pagina 'Aan de slag'.

 

Praktisch oefenen van de huidige woon-schoolroute

Het is belangrijk kinderen vertrouwd te maken met de gevaren in de schoolomgeving en op de routes die ze wekelijks nemen om bijvoorbeeld naar het zwembad of de bibliotheek te gaan. Door deze routes te oefenen ervaren ze bovendien verschillende verkeersituaties zodat ze die herkennen wanneer ze op andere plaatsen identieke situaties tegenkomen.

 

Een mogelijk instrument is een VERO (VerkeersEducatieve ROute): een uitgestippelde en bij voorkeur bewegwijzerde route langsheen leerrijke, voor kinderen relevante, verkeerssituaties. Zo’n route kun je te voet of met de fiets afleggen. Verschillende leerkrachten en ouders kunnen deze route, of onderdelen van deze route, gebruiken voor praktijklessen verkeer. Een mooi voorbeeld van een VERO staat op de pagina van de gemeenteprojecten.

 

Praktisch oefenen van de toekomstige woon-schoolroute

Sommige scholen bestaan uit verschillende vestigingen waarbij de kleuters op een andere locatie zitten dan de lagere school. Het is aangewezen met de oudste kleuters de schoolomgeving van de lagere school te voet te verkennen.

 

Het zesde leerjaar kan met de fiets een aantal secundaire scholen in de buurt bezoeken en onderweg aandacht besteden aan knelpunten op de schoolroutes.

 

Praktisch behandelen van de dode hoek

Op weg naar school komen kinderen vaak in de buurt van vrachtwagens. Educatie over de dode hoek is dus van levensbelang. Als kinderen bij een echte vrachtwagen kunnen zien wat de dode hoek is, zijn ze zich beter bewust van het risico. Scholen, gemeenten en politiezones kunnen een beroep doen op externe organisaties om jonge voetgangers en vooral fietsers te laten kennismaken met de dode hoek.

 

Op de website van de Fietsersbond vind je een lespakket over de dode hoek voor leerlingen van de derde graad.

 

Een verkeersdag of –week

Tijdens een verkeersdag of -week maakt de gewone lessenrooster plaats voor allerlei verkeers- en mobiliteitsactiviteiten. Kinderen beleven naast de gewone praktijkgerichte trainingen - die over het hele schooljaar lopen - een aantal extra dingen. Verschillende verkeers- en mobiliteitsonderwerpen komen aan bod: de dode hoek, de voetganger, de fietser, fietscontrole, het gebruik van het openbaar vervoer, het dragen van de gordel, de schoolomgeving … Zo’n dag of week fungeert vaak als toonmoment. Kinderen laten zien wat ze in de wekelijkse verkeerstrainingen geleerd hebben.

 

Externen zoals de politie en de gemeente kunnen logistieke ondersteuning bieden, de kosten mee dragen en het aanbod verruimen.

 

Inbreng van de leerlingen

De school betrekt de leerlingen actief bij haar verkeers- en mobiliteitsbeleid. Dit kan onder meer via de leerlingenraad, een kinderparlement of een ideeënbus.