Beschikbare skip links


Informatie voor leerkrachten over verkeers- en mobiliteitseducatie

Leerkrachten met fluo

In onze hedendaagse maatschappij met complexer verkeer is het van levensbelang om kinderen op te voeden tot capabele en ervaren verkeersdeelnemers. Cijfers tonen aan dat jonge kinderen meer kans maken om bij een ongeval betrokken te raken dan volwassenen. De overgang naar een andere verkeersrol (bijvoorbeeld van voetganger naar fietser) en een nieuwe schoolroute zijn risicovol.  

 

 

 

 

Visie

Verkeers- en mobiliteitseducatie gaat verder dan het aanleren van kennis van het verkeersreglement in de klas. Kinderen moeten de kans krijgen hun vaardigheden te oefenen en kennis te maken met de mobiliteitsproblematiek.

Het aanleren van verkeersvaardigheden gebeurt in vier stappen:

  • aanbrengen van kennis in de klas
  • oefenen van de vaardigheden in een beschermde omgeving zoals de speelplaats of turnzaal 
  • oefenen van de vaardigheden in het echte verkeer (best eerst in een autoluwe omgeving) 
  • toepassen van de ingeoefende vaardigheden tijdens verplaatsingen naar de bibliotheek, het zwembad …
Verkeers- en mobiliteitseducatie is dus meer dan één projectweek verkeer per schooljaar. Ze is ingebed in de dagdagelijkse werking van de school met voor elke leerling minstens één praktijkles per trimester.

Verplicht thema op school

De onderwijsoverheid verplicht verkeers- en mobiliteitseducatie in het kleuter- en lager onderwijs via de eindtermen en ontwikkelingsdoelen.

Kleuteronderwijs - ontwikkelingsdoelen

  • 6.10 De kleuters herkennen in hun omgeving plaatsen waar ze veilig kunnen spelen en waar niet.
  • 6.11 Ze beseffen dat het verkeer risico's inhoudt.
  • 6.12 Ze kunnen onder begeleiding elementaire verkeersregels toepassen (stoppen bij verkeerslichten, veilig oversteken, uitstappen aan de kant van de huizenrij, op de stoep blijven ...)

Lager onderwijs - eindtermen

  • 6.12 De leerlingen kunnen de gevaarlijke verkeerssituaties in de ruimere schoolomgeving lokaliseren en er zich veilig verplaatsen.
  • 6.13 Ze beschikken over voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor coördinatie en ze kennen de verkeersregels voor voetgangers en fietsers, om zich zelfstandig en veilig te kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route.
  • 6.14 Ze tonen zich in hun gedrag bereid rekening te houden met andere weggebruikers.
  • 6.15 Ze kennen de belangrijkste gevolgen van het groeiend autogebruik en kunnen de voor- en nadelen van mogelijke alternatieven vergelijken.

10op10 voor verkeersactieve scholen

Logo 10op10 voor verkeersactieve scholen van het basisonderwijs

Ook de provincie Antwerpen draagt haar steentje bij. Met het 10op10-project ondersteunt ze scholen van het basisonderwijs bij het geven van verkeers- en mobiliteitseducatie.

 

Leerkrachten van scholen die deelnemen aan 10op10 kunnen rekenen op ruime ondersteuningsmogelijkheden vanuit de provincie, waaronder de 10op10-plaatsbezoeken en de 10op10-vormingen.