- Home
- Mobiliteit
- Verkeerseducatie
- 10op10
- Info voor leerkrachten
- Aan de slag
Als leerkracht aan de slag met verkeers- en mobiliteitseducatie
Lessen over verkeer en mobiliteit zijn praktijkgericht. Alleen zo bereiden we kinderen grondig voor op hun deelname aan het verkeer.
Vertrekken vanuit het kind
Kinderen bevinden zich in een bepaalde ontwikkelingsfase van hun leven. Ten opzichte van volwassenen hebben ze nog motorische, zintuiglijke en psychologische beperkingen. Bovendien is hun leefwereld anders en hun verkeerservaring veel beperkter.
Zo kunnen kinderen moeilijk afstanden en snelheden beoordelen: wanneer is een wagen ver genoeg om nog te kunnen oversteken? Ze zijn bovendien vaak diep in hun spel verzonken, waardoor ze alles om zich heen vergeten en onverwachte dingen doen.
Daarom kunnen kinderen tot ongeveer tien jaar niet zelfstandig deelnemen aan het verkeer. Na het intensief trainen van verschillende vaardigheden doorheen de schoolloopbaan kunnen ze pas rond die leeftijd een individuele voetgangersproef in het echte verkeer afnemen. Een fietsproef in het reële verkeer kan pas in het zesde leerjaar.
Praktijkdoelen per leerjaar
Kleuters leren vooral over de voetganger aan de hand, de passagier en de fietsbehendigheid. In de eerste graad ligt de nadruk op de begeleide voetganger, de passagier en de fietsbehendigheid. De tweede graad oefent op de begeleide fietser en de zelfstandige voetganger. In de derde graad gaat de aandacht naar de zelfstandige fietser en de complexe voetgangerssituaties.
Naast in een beschermde omgeving en tijdens het gericht oefenen op straat komen alle praktijkdoelen best als herhaling aan bod tijdens uitstappen en verplaatsingen. In elk leerjaar kan op basis van de praktijkdoelen op het einde van het schooljaar een brevet gehaald worden.
Met het hele schoolteam enkele praktijkdoelen opstellen per leerjaar zorgt voor een graduele opbouw en brengt continuïteit in het lesprogramma (leerlijn).
Hieronder kun je per leerjaar een overzicht downloaden met mogelijke praktijkdoelen. Deze zijn richtinggevend en zeker niet volledig. De gewenste oefening hangt telkens af van de ervaring van de kinderen, de schoolomgeving, de woon-schoolroutes ...
Downloads:
- Praktijkdoelen eerste kleuterklas [PDF] (pdf - 44kB)
- Praktijkdoelen tweede kleuterklas [PDF] (pdf - 48kB)
- Praktijkdoelen derde kleuterklas [PDF] (pdf - 55kB)
- Praktijkdoelen eerste leerjaar [PDF] (pdf - 44kB)
- Praktijkdoelen tweede leerjaar [PDF] (pdf - 51kB)
- Praktijkdoelen derde leerjaar [PDF] (pdf - 49kB)
- Praktijkdoelen vierde leerjaar [PDF] (pdf - 54kB)
- Praktijkdoelen vijfde leerjaar [PDF] (pdf - 51kB)
- Praktijkdoelen zesde leerjaar [PDF] (pdf - 58kB)
De verschillende verkeersrollen
Voetgangers
Kleuters kunnen al enkele eenvoudige begrippen en vaardigheden leren kennen. Ze benoemen een voetganger, kleuren een zebrapad, leren de zin ‘stoeprand = stoprand’, oefenen hun evenwicht en het afremmen van bewegingen … Achteraf past de leerkracht met hen het geleerde toe in een beschermde omgeving. Daarna trainen ze op straat. Let op: kleuters gaan nooit alleen, maar altijd onder begeleiding van een volwassene op stap in het verkeer.
Wanneer kinderen van de lagere school in het echte verkeer oefenen, doen ze dat eerst onder begeleiding van een volwassene. Pas vanaf de leeftijd van 9 à 10 jaar zijn ze in staat om verschillende vaardigheden zelfstandig uit te voeren. Ze leren onder meer rond een hindernis op het voetpad te stappen en over te steken tussen geparkeerde wagens.
De school kan de vaste verplaatsingen naar de bibliotheek, het zwembad ... gebruiken om de stapvaardigheden regelmatig met de kinderen in te oefenen.
Fietsers
Leren fietsen begint bij het behoud van evenwicht. Nadien kan een kind zijn aandacht richten op andere fietsbehendigheden: op- en afstappen, met één hand rijden, vertragen, remmen … Deze fietsbehendigheid trainen kan gemakkelijk met behulp van enkele latten, planken, blokjes en kegels. Om als volleerde fietser te kunnen deelnemen aan het verkeer is een goede fietsbehendigheid vereist, maar nog niet voldoende. Na de fietsbehendigheidstraining volgt het inoefenen van verkeersgedrag: rechts afslaan, links afslaan, een hindernis voorbijrijden, van richting veranderen, voorrang verlenen …
Openbaar vervoer
Naast het uitstippelen van een route via de routeplanner van De Lijn en de NMBS gebeuren klasuitstappen en -verplaatsingen best met het openbaar vervoer. Zo leren kinderen het openbaar vervoer kennen en waarderen. De voorbereiding van de verplaatsing kan klassikaal gebeuren. Laat de kinderen de dienstregelingen en netplannen aan de haltes en in het station zelf lezen.
Scholen met een ruim aanbod van openbaar vervoer in hun omgeving kunnen een openbaar vervoerspel organiseren. Groepjes van 4 tot 5 leerlingen bepalen samen met een begeleider aan de hand van dienstregelingen en netplannen welke bus, tram of trein ze moeten nemen om tijdig op verschillende bestemmingen te geraken. Daar lossen de kinderen vragen op of bezoeken ze bijvoorbeeld een museum.
Scholen uit het basisonderwijs die deelnemen aan het MOS-project rijden met een Poppelepee-pas [De MOS-poppelepee is een badge die elke leerling (en begeleiders) het recht geeft om gratis met tram of bus van De Lijn op een milieuvriendelijke manier op uitstap te gaan. ] gratis naar een milieu-educatieve bestemming met de bussen en trams van De Lijn.
Passagier
Jonge kinderen vertoeven nog vaak op de achterbank van de wagen. Vooral bij kleuters is er in de klas ruimte om te werken rond gordeldracht: een gordeldiertje knutselen, de klaspop zonder gordel laten meerijden en de gevolgen bespreken, observatie van de gordel in de wagen van een leerkracht, een autozitje meebrengen naar de klas …
Bij vervoer met een reis- of schoolbus verlaten de kinderen de bus best altijd volgens het ritssluitingprincipe. Deze evacuatiemanier maakt het mogelijk om een voertuig in minder dan een minuut te verlaten met een grote groep kinderen. Na de organisatie van een busevacuatieoefening kun je deze manier voor het verlaten van de bus altijd toepassen.
Een vaak gestelde vraag van leerkrachten is: Wat doen we met de gordels in de bus bij het inoefenen van een evacuatie? Want vooral voor een kleuter is het moeilijk om een gordel los te koppelen en dit vertraagt de evacuatietijd. De Federatie voor busvervoer meent samen met 10op10 dat scholen best een busevacuatie met gordels inoefenen.
Als begeleider steek je een handje toe:
de gordels loskoppelen van de plaatsen langs de middengang links en rechts en van voor naar achter
eens achteraan hetzelfde met de gordels voor de kinderen aan het venster
Hieronder kun je meer informatie downloaden over busevacuatielessen. Op de pagina van de labeluitreiking kun je ook nog een presentatie bekijken van de workshop over een busevacuatie.
Andere verkeersrollen
Er bestaan specifieke verkeersregels voor niet-gemotoriseerde voortbewegingstoestellen zoals rollerskates, een step en skateboard. Deze toestellen zie je als maar meer in het verkeer waardoor de noodzaak om hen op te nemen in de verkeerseducatie groeit.
Meer informatie over de reglementering van deze andere verkeersrollen staat in de Rollergids op de website van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid.
Definities
Beschermde omgeving
Een beschermde omgeving is een plaats waar kinderen kunnen oefenen zonder echte verkeersgevaren: bijvoorbeeld op een speelplaats, een autoluwe straat, een turn- of polyvalente zaal.
Fietsbehendigheid
Deze term gaat over het leren fietsen: het voertuig leren beheersen in verschillende situaties. De fiets hanteren als een deel van het lichaam: evenwicht houden, trappen, sturen, remmen, stoppen, traag rijden, versnellen …
Fietsvaardigheid
Hierbij oefenen kinderen verkeersgedrag in: omkijken en daarbij koers blijven houden, een arm uitsteken om af te draaien, een geparkeerde auto voorbijrijden …
Keuze lesmateriaal
Het 10op10-team heeft alle bovenstaande praktijkdoelen ter ondersteuning al uitgewerkt in kant-en-klare lesfiches per leerjaar. Door het gebruik van deze lesfiches in alle klassen ontstaat automatisch een graduele opbouw.
Kies verder als schoolteam voor actueel lesmateriaal dat de Belgische verkeerswetgeving volgt. Ondertussen zijn er al verschillende goede verkeersmethodes op de markt die je kunt bestellen bij de Belgische uitgeverijen.
