- Home
- Mobiliteit
- Haven
- LogAnt
- Logistiek
- Handelsbeleid
Handelsbeleid
Boekcode: QTC
Basis
Handel drijven is al even oud als de mens op zich. We kunnen ons geen leven meer voorstellen zonder handel. Technologische evoluties hebben vaak invloed op de organisatie van handel. Ook de verhoudingen tussen landen onderling hebben hun invloed op de manier waarop er handel wordt gedreven.De meest herkenbare en eenvoudige vorm van handel is de handel tussen twee personen. We kunnen het begrip handel echter gemakkelijk uitbreiden tot een proces met veel meer actoren. Als we spreken over wereldhandel, dan gaan we steeds uit van handel tussen verschillende staten. Wel moeten we rekening houden met het feit dat er vroeger andere staatsvormen bestonden dan nu. Bovendien is handel tussen staten een vrij recent en nieuw gegeven.
Doorheen de geschiedenis bestonden er rijken en staten die, hoe vijandig ze soms tegenover elkaar stonden, altijd aan handel met elkaar hebben gedaan. Hiervoor werd in hoofdzaak beroep gedaan op handelsroutes. De controle over deze strategische corridors is dan ook eeuwenlang een twistpunt geweest. De meest interessante handelsroutes liepen over zee. De eerste grote wereldrijken ontstonden dan ook rond de Middellandse Zee. Omstreeks het jaar 1000 v.Chr. hadden de Feniciërs de controle over de Middellandse Zee. De controle over deze handelsroute is meermaals de aanleiding geweest voor militaire conflicten tussen staten. Door de ontdekking van de “Nieuwe Wereld” op het einde van de middeleeuwen, verschuiven ook de handelsstromen. Naast de handelsroutes tussen Europa, de Middellandse Zee en de Nieuwe Wereld, waren er ook in Azië al verschillende belangrijke handelsroutes. Handel kent al van oudsher een wisselwerking met de politieke verhoudingen.
Na de Koude Oorlog en het wegvallen van het IJzeren Gordijn krijgt de internationale handel nieuwe impulsen. Het nieuwe internationale politieke klimaat maakt wereldhandel mogelijk. Landen zoals China, India, Brazilië en Rusland treden toe tot de wereldmarkt. In 1995 wordt de Wereldhandelsorganisatie (WHO) opgericht. Deze organisatie heeft drie taken: de bevordering van de internationale handel, tussenkomen bij handelsconflicten en het opheffen van handelsbarrières.
Handel en politiek gaan steeds hand in hand. Er is dan ook een echte wisselwerking tussen beide. Enerzijds zorgt handel voor meer begrip en politieke openheid, en anderzijds zorgt politieke openheid voor meer handel. Helaas werkt deze wisselwerking ook omgekeerd. Als er spanningen ontstaan tussen staten merken we vaak een daling van de handel, net zoals een daling van de handel ook tot spanningen leidt. De wisselwerking tussen handel en politiek ligt dan ook aan de basis van de Europese Unie. Men ging er (terecht) van uit dat een toegenomen uitwisseling van goederen, diensten en personen tot meer begrip en stabiliteit zou leiden.
Uitgebreid
Handel met de Kolonies
Door de kolonisatie van de nieuwe wereld zijn de handelspatronen niet langer in evenwicht. De koloniën worden beschouwd als wingewesten. Ze moeten het moederland van grondstoffen voorzien, zonder hiervoor een vergoeding te krijgen.
Handel als Drukkingsmiddel
Een land dat een relatief sterk handelsgewicht heeft, verwerft hiermee ook politieke macht. In de geschiedenis zijn voorbeelden waarbij verslechterende betrekkingen rechtstreeks te maken hebben met handel gemakkelijk te vinden. Een recent voorbeeld zien we bij de verstandhouding tussen de EU en Rusland in het kader van het energievraagstuk. Doordat Europa minder natuurlijke reserves bezit doet het beroep op de voorraden van andere landen, in casu Rusland. Het spreekt voor zich dat de handelspartners deze afhankelijkheid kunnen gebruiken om de eigen politieke standpunten, o.a. op vlak van mensenrechten, door te drukken.
Ook in Afrika is de koppeling tussen handelsbelangen en politieke standpunten terug te vinden. Landen uit de EU zone stellen vaak strenge voorwaarden op vlak van milieu, mensenrechten en democratie. Recent gaan ook de BRIC-landen handelsrelaties aan met Afrika, maar zij leggen veel minder strenge voorwaarden op. Dit verzwakt uiteraard de positie van de Europese Unie: Afrika is niet langer alleen van hen afhankelijk. Het kan nu ook met de BRIC-landen handel drijven.
Een interessant voorbeeld van de koppeling van handelsbeleid met politieke doelstellingen vinden we terug tussen de Verenigde Staten en China. Hoewel ze beiden een bijzonder groot belang hebben bij wederzijdse handel worden diplomatieke boodschappen, zij het vaak verdoken, steeds meegegeven. We stellen vast dat net omwille van de economische verbondenheid gekozen wordt voor een gematigde opstelling.
Handelsmonopolies
Het instellen van een handelsmonopolie leidt tot het verminderen van mondiale rijkdom en een versterking van de eigen positie. Vaak ontstonden oorlogen doordat spelers geen toegang kregen tot handelsgebieden die onder controle van een concurrent stonden. De conflicten tussen Engeland en Nederland over de controle van de Indische gebieden werden uiteindelijk in het voordeel van de eerstgenoemde beslecht. Maar het instellen van een hegemonie geeft aanleiding tot pogingen van anderen om deze te breken.
In politieke theorievorming spreekt men in dit verband van “haves” en van “have-nots”. De hegemonie wil het monopolie behouden terwijl de andere dit, desnoods met geweld, wil breken. Een voorbeeld van dit opbod vinden we terug in de tweede helft van de 19e eeuw waarbij Duitsland de Britse heerschappij op zee aanvocht. Dat deze spanning tot rampzalige gevolgen kan leiden hoeft geen betoog: de Eerste en Tweede Wereldoorlog vloeiden hieruit voort.
Het handelsmonopolie van Groot-Brittannië werd uiteindelijk op vreedzame manier gebroken door de Verenigde Staten. Dit was mogelijk omdat de VS dit als politieke voorwaarde had gesteld om tijdens WO II steun te verlenen. Jammer genoeg deed de verslechterende verhouding met de Sovjet-Unie een duopolie ontstaan. Pas in 1991 wordt vrijhandel mogelijk.
Moderne betrekkingen
Handelsmonopolies en invloedssferen lijken termen uit lang vervlogen tijden, die slechts sporadisch de krantenkoppen halen. Dit is echter verre van een correcte benadering van de actuele wereldhandel. De oliecrisissen van de jaren zeventig toonden aan dat, hoewel er sprake was van een wereld verdeeld tussen machtsblokken, een olie-embargo pijn kon doen. De handel zakte in deze periode sterk en de schokken werden in alle economische geledingen gevoeld. Meer recent kunnen de aanslagen op het World Trade Center in New York op 11 september 2001 als duidelijk voorbeeld dienen. De aanslag gaf aanleiding tot een verminderde economische activiteit en nieuwe veiligheidsmaatregelen voor het vervoeren van goederen van en naar Amerikaanse havens werden opgelegd.
Het is moeilijk in te schatten welke gevolgen de economische crisis van najaar 2008 zal hebben voor het internationale handelsverkeer. De prognoses die worden opgesteld gaan in elk scenario uit van een verminderde groei en verschillende staten zoeken hiervoor oplossingen. Het valt in elk geval aan te bevelen dat er niet naar het afschermen van de eigen markt wordt overgegaan: protectionisme kan geen antwoord zijn op een mondiale crisis.
