Beschikbare skip links


Ongelijke Waarde

Boekcode: OVB

Basis


Wereldkaart met Pie-Chart

Het type goed en de geldwaarde van goederen spelen een belangrijke rol in internationale handelsrelaties. Een goed kan relatief beperkt in omvang zijn maar wel kostbaar zodat het met meer omzichtigheid behandeld wordt. Goederen die relatief goedkoop zijn kunnen vaak ook in grotere hoeveelheden voorkomen. In vroegere tijden waren specerijen en bepaalde soorten textiel bijzonder gegeerd terwijl granen en ertsen veelal een lagere waarde hadden. Transport van goederen vindt dus plaats wanneer men goederen van een plaats waar relatief veel van dit goed te vinden is overbrengt naar een locatie waar relatieve schaarste is. Zolang dit transport winstgevend is, zal dit georganiseerd worden.

Tussen Azië en Europa, maar ook tussen Azië en de VS, bestaan er ongelijke goederenstromen. De waarde van de goederen durft verschillen naargelang de bestemming. Uit Azië vertrekken vaak grotere volumes van goederen die een lage waarde hebben. In omgekeerde richting zal een kleiner aantal meer kostbare goederen worden vervoerd. Dit leidt tot veranderingen in de handelsbalans wanneer de volumes ook niet vergelijkbaar zijn. Momenteel exporteert Azië veel meer dan het importeert en de kostprijs van de ingevoerde goederen houdt geen evenwicht. Dit betekent dat Azië een overschot op de handelsbalans heeft, en dus relatief rijker wordt, terwijl Europa en de VS vooral importeren en relatief verarmen.

Uitgebreid


Afrika blijft in deze context een heikel punt. Vaak worden grondstoffen vanuit Afrika naar Azië, Europa en de VS uitgevoerd tegen een betrekkelijk lage prijs. Doorgaans zorgt de politieke instabiliteit en gebrek aan knowhow bij Afrikaanse regimes voor een te goedkoop exporttarief. Recentelijk hebben Aziatische landen meer handelsbetrekkingen met Afrika aangeknoopt zodat de groeiende economieën van voldoende grondstoffen voorzien worden. Maar ook hier blijft een onevenwicht bestaan. Zuid-Amerika, met Brazilië op kop, heeft al aangegeven dat het op termijn zelf over een verwerkende industrie willen beschikken, om zo een evenwicht te creëren tussen import en export.