Beschikbare skip links


Opleiding

Tijdens een driejarige cyclus word je opgeleid tot bouwer van strijk- en tokkelinstrumenten, waarbij je in totaal minstens drie instrumenten maakt. In het tweede jaar is dit een viool of een klassieke gitaar. In het derde jaar (zevende specialisatiejaar) kun je kiezen tussen luiten, folkgitaren, romantische gitaren, barokviolen, altviolen en eventueel celli. De kwaliteitseisen van deze instrumenten liggen hoog. Zij dienen op het eind van de opleiding te worden voorgelegd aan een externe jury.

In het tweede jaar kun je ook het attest van bedrijfsbeheer verwerven.

Theorie

Door de theoretische vorming verwerf je vakkennis: 

  • In de vakken Technologie instrumentenbouw komen onderwerpen aan bod die specifiek zijn voor al wat met snaarinstrumenten te maken heeft: 
    • de historiek van de viool- en gitaarbouw (bouwmethodes, de grote Europese tradities)
    • stijlleer
    • literatuurstudie
    • houtstudie  
  • In het vak Technisch tekenen neem je de gehele opbouw van de viool en de gitaar onder de loep. Je tekent en ontwerpt onder begeleiding een volledig bouwplan van het instrument dat je wilt maken.
  • Project algemene vakken is gericht op het muzikale en culturele leven. 

Vele van deze lessen worden in en rond de praktijklokalen gegeven of zijn geïntegreerd in de praktijklessen zelf.

Er is ook interactie met muzikanten. We werken actief samen met internationale projecten zoals 'Music Fund' en plannen bezoeken aan concerten, dansvoorstellingen, orkestrepetities, ... We besteden ook aandacht aan beroepsethiek en luisteroefeningen.

Praktijk

In de derde graad ligt de nadruk op het maken van een instrument in het specialisatiejaar op de restauratie van oude instrumenten. ILSA stelt zich tot doel kwaliteitsvolle viool- en gitaarbouwers op te leiden, maar niet zonder hen de kans te geven zich te toetsen aan de harde realiteit van het beroep.