Richtgraden
Vier richtgraden
De taalopleidingen in het volwassenenonderwijs zijn verdeeld in vier taalbeheersingsniveaus, ‘richtgraden’ genoemd.
Europees referentiekader | Nieuwe benamingen volwassenenonderwijs | Oude benamingen (lineair) volwassenenonderwijs |
|---|---|---|
Breakthrough A1 | Richtgraad 1.1 | Elementaire kennis 1 |
Waystage A2 | Richtgraad 1.2 | Elementaire kennis 2 |
Threshold B1 | Richtgraad 2 | Praktische kennis |
Vantage B2 | Richtgraad 3 | Gevorderde kennis 1 |
Effectiveness C1 | Richtgraad 4 | Gevorderde kennis 2 |
Elke richtgraad wordt onderverdeeld in modules van telkens 120 lestijden.
Voor elk van de vier richtgraden is beschreven waartoe de cursist in staat moet zijn als hij receptief (luisterend en lezend) of productief (sprekend en schrijvend) met taal omgaat. Centraal staat de praktische taalvaardigheid van de cursist: wat hij met taal kan doen, is belangrijker dan wat hij erover weet.
Richtgraad 1.1
Richtgraad 1.1 is het absolute minimum. Je kunt in een anderstalige omgeving met zeer beperkte talige middelen communiceren en je uit de slag trekken.
Richtgraad 1.2
Richtgraad 1.2 is het overlevingsniveau. Je kunt communiceren bij eenvoudige routinetaken over vertrouwde onderwerpen die van persoonlijk belang zijn of betrekking hebben op je directe omgeving.
Richtgraad 2
Richtgraad 2 is het niveau van de beperkte talige zelfstandigheid. Je kunt de hoofdzaken begrijpen van vertrouwde onderwerpen die aan bod komen in de werksituatie, op school, bij ontspanning en reizen.
Richtgraad 3
Richtgraad 3 is het niveau van de echte talige zelfstandigheid. Je kunt zowel gepast als helder communiceren wat betreft concrete, abstracte en werktechnische materies.
Richtgraad 4
Richtgraad 4 is het niveau van de uitgebreide talige zelfstandigheid. Je kunt taal soepel en doeltreffend aanwenden in sociale, educatieve en professionele communicatie.
Bekijk de schematische voorstelling van deze structuur.
