Beschikbare skip links


Opgelet, dit is een archiefitem.

X Afgelopen: Milieuwetgeving voor gevorderden - dag 7 - Mest

  • Datum:
    • 4 november 2008
  • Plaats:
    Provinciaal Vormingscentrum Malle, Smekenstraat 61, 2390 Malle
  • Prijs per deelnemer:
    Gratis

Inhoud

Koeien in een wei

Deze studiedag behandelde het mestdecreet en de uitvoeringbesluiten zoals ze momenteel in werking zijn. Bijkomend maakten we de stap naar de handhaving op het landbouwbedrijf, gezien door de 'VLAREM-bril'.

Tijdens deze studiedag situeerde de Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank, het mestdecreet. Ze lichtte ook de nutriëntenemissierechten (NER) toe. Aan de hand van concrete voorbeelden legde ze de regelgeving in verband met het uitrijden van mest en mesttransporten uit.

Afdeling Milieu-inspectie van het Departement LNE (Leefmilieu, Natuur en Energie) verduidelijkte de aanpak in verband met mogelijke handhaving op het landbouwbedrijf.

Je kunt hieronder de syllabus downloaden.

Programma

  • 9.15 tot 9.45 uur: Ontvangst en inschrijving met koffie
  • 9.45 tot 10.45 uur: Situering van de mestbank, het mestdecreet: algemeen en NER (Nathalie Kindt, diensthoofd Mestbank Antwerpen)
  • 10.45 tot 12 uur: Regelgeving in verband met uitrijden van mest: verbodsperiode winter, emissiearme aanwending, lozing (Wendy Janssen, celhoofd handhaving Mestbank Antwerpen)
  • 12  tot 13.15 uur: Lunch
  • 13.15 tot 14.15 uur: Mesttransporten: regelgeving, controle op erkenning, mestafzetdocumenten, opvolging transport met AGR-GPS (Wendy Janssen, celhoofd handhaving Mestbank Antwerpen)
  • 14.15  tot 14.45 uur: Pauze
  • 14.45 tot 16 uur: Handhaving op en rond het landbouwbedrijf (Anne Colman, milieuinspecteur, afdeling Milieu-inspectie)

Vragen en antwoorden

  1. Een landbouwer verandert van soort dieren. Is hiervoor een nieuwe milieuvergunning nodig? 
    Er moet inderdaad een nieuwe milieuvergunning aangevraagd worden. Een nieuwe aanvraag van NER’s is niet nodig: de landbouwer behoudt zijn initiële NER’s, maar rekent ze gewoon om naar de andere diersoort. Veel gemeenten nemen in het overwegend gedeelte van de milieuvergunning wel op dat de landbouwer in orde moet zijn met zijn NER’s.

  2. VLM - dienst Gegevensbeheer beschikt over veel info. Wat kan doorgegeven worden aan de gemeentelijke diensten?
    In het kader van de privacy kan niets doorgegeven worden, tenzij met een schriftelijke volmacht van de bedrijfsuitbater. Sowieso zijn de gegevens met vertraging verwerkt: het aantal dieren in 2007 wordt aangegeven in het voorjaar van 2008, deze gegevens worden verwerkt eind 2008.

  3. Er is geen schriftelijk advies van VLM meer verplicht bij het verlenen van een ‘landbouwvergunning’. Kan het advies nog bekomen worden op uitdrukkelijke vraag van de gemeente?
    In theorie zou het nog moeten kunnen zolang de VLAREM-wijziging niet gepubliceerd is, maar het is een beleidskeuze om dat niet meer te doen.

  4. Waarom is er een volledige loskoppeling gekomen van VLAREM en Mestdecreet?
    Dit is een beleidskeuze.

  5. Sommige weilanden worden dubbel aangegeven (pachter, eigenaar,…). Kan de Mestbank daarover info geven?
    De Mestbank kan enkel doorgeven óf een weiland al aangegeven is, niet door wie. Zelfs aan eigenaars geeft de Mestbank niet door wie de gebruiker is van het weiland.
    De politie krijgt deze info wel, dus gemeentelijke diensten kunnen eventueel via die weg wel de nodige info bekomen.   

  6. Er kan dus dubbele aangifte gebeuren!
    Inderdaad, de twee aangevers krijgen dan wel een overlappingsformulier toegestuurd en moeten dan maar ‘uitvechten’ wie echt aanspraak kan maken op de gronden voor mestafzet. Dit is wel een jaar later.

  7. Een landbouwer vraagt uitbreiding. Hoe moet de milieudienst reageren?
    De landbouwer kan rechtstreeks aan de Mestbank vragen of uitbreiding nog kan. De milieudienst moet er maar op vertrouwen dat het systeem van de Mestbank werkt en moet enkel adviseren in het kader van VLAREM wetgeving.

  8. Wie doet effectieve controles bij de landbouwers?
    VLM kijkt op papier na of de NER’S in orde zijn (vergelijking NER’s en aangifte aantal dieren).
    AMI (Afdeling MilieuInspectie) of de gemeente controleert het aantal dieren en de milieuvergunning.

  9. Als een bedrijf voor VLM niet in orde is, wordt dit dan doorgegeven (‘knipperlichtfunctie’) naar AMI of politie om eventueel een volledige controle te doen?
    Neen, er worden enkel administratieve boetes opgelegd, maar er is geen enkele opvolging naar bijvoorbeeld lozingen. Er wordt wel een signaal gegeven naar de cel handhaving van VLM (doet bedrijfstellingen en controles)

  10. Wat met een lozing in een gracht die aansluit op een waterloop 2de categorie?
    De lozing in een gracht = lozing op niet landbouwgrond = overtreding art 12 van het mestdecreet. 

  11. Wie is verantwoordelijk voor de emissie-arme aanwending? De landbouwer of de loonwerker?
    Het is best beide partijen te horen bij overtreding. Ze moeten hier onderling afspraken over maken. Als het verhoor geen uitsluitsel geeft: beide partijen op en het PV vermelden. 

  12. Als zuiveringslib wordt gebruikt als secundaire grondstof: gelden dan de regels van het mestdecreet?
    In dit geval zijn Vlarea, FAVV en het mestdecreet van toepassing.

  13. Wat met de tijdelijke opslag van mest? Kan er een tijdelijke vergunning worden afgeleverd? 
    Voor de opslag van dierlijke mest kan een tijdelijke vergunning worden verleend, maar enkel als die opslag is ingedeeld in de rubrieken 28.2.a.2 of 28.2.b.2.  Dat zijn namelijk de enige mestopslagrubrieken waaraan in de opmerkingen een T werd toegevoegd.  Dat wil zeggen dat de tijdelijke vergunning enkel kan worden toegekend voor de 2de klasse-opslag in woongebieden met landelijk karakter (rubriek 28.2.b.2 - opslag van meer dan 100 m³ tot en met 1.000 m³) en in gebieden andere dan woongebieden met landelijk karakter en agrarische gebieden (rubriek 28.2.a.2 - opslag van meer dan 10 m³ tot en met 100 m³).  Voor de opslag van dierlijke mest in agrarische gebieden kan GEEN tijdelijke vergunning worden verleend!
    De bevoegdheid voor de beoordeling van aanvragen m.b.t. tijdelijke vergunningen ligt steeds bij het schepencollege. De procedure vergunningsaanvraag wordt integraal gevolgd. 
    Conform de bepalingen van artikel 30§3 van VLAREM I kan een tijdelijke vergunning worden verleend voor een termijn van maximaal:
    - 1 jaar indien het inrichtingen betreft die verband houden met een bouwwerf;
    - 3 maanden in de andere gevallen.
    Deze vergunningen kunnen slechts eenmaal worden verlengd met maximaal dezelfde termijn die oorspronkelijk werd toegestaan.
    De meeste tijdelijke activiteiten zijn op basis van een of ander artikel in de stedenbouwwetgeving vrijgesteld van een bouwvergunning, zodat dat op zich in de meeste gevallen geen problemen schept. 

  14. Welke voorwaarden moeten gerespecteerd worden?
    Ook de tijdelijke opslag van mest moet voldoen aan de geldende VLAREM-voorwaarden (in zoverre vergunningsplichtig, want de opslag van mest op de kopakker is dat bijvoorbeeld niet, werd ook in de adviezen van de VLM vroeger niet als vergunningsplichtige mestopslag beschouwd, maar wel opgenomen als 'uitweg' voor de landbouwer om de voorgeschreven termijn voor de opslag van mest te kunnen overbruggen (vergelijkbaar met stalmest bij dieren die in potstallen worden gehuisvest)).

  15. Wat met mestzakken en foliebassins? Die kunnen niet voldoen aan de constructievoorschriften voor mengmestopslag, opgenomen in het VLAREM. Zijn ze dan volledig verboden?
    Het VLAREM stelt voor de opslag van mengmest dat de bodem, wanden en kanaalverbindingen moeten worden uitgevoerd in duurzame en degelijke materialen en volgens de regels van goed vakmanschap vermeld in bijlage 5.9 van VLAREM II. 
    Mengmest moet dus niet in mestkelders worden opgeslagen. Mestzakken en mestbassins kunnen even goed, al moet er wel rekening mee worden gehouden dat de opslag in principe moet worden afgesloten van de buitenlucht.  
    Dat laatste geldt niet voor de opslag van effluenten (van mestver- of bewerking) die arm zijn aan NH3-N kan daarvan worden afgeweken.  Voor waterwingebieden e.d. gelden er daarnaast specifieke bepalingen inzake de uitvoering (in principe enkel kelders uit gewapend beton of mestsilo's).
    Opmerking ter zijde: voor mestzakken is een stedenbouwkundige vergunning vereist (eenvoudig dossier).

Meer info?

Els Roggeman

tel.: 03 827 41 70
fax: 03 259 12 37

Terug