- Home
- Leren
- Educatieve databank
- Archief
- x Afgelopen: Milieuwetgeving voor gevorderden - dag 1 - De milieuvergunning, procedures
Opgelet, dit is een archiefitem.
X Afgelopen: Milieuwetgeving voor gevorderden - dag 1 - De milieuvergunning, procedures
- x Afgelopen: Milieuwetgeving voor gevorderden - dag 1 - De milieuvergunning, procedures
-
Datum:
- 10 januari 2006
-
Plaats:Lier
-
Lesgever:Martine Verhelst, Greet De Schutter
Inhoud
Het milieuvergunningsdecreet bestaat al meer dan 20 jaar, het eerste uitvoeringsbesluit VLAREM I sinds 1991 en het tweede uitvoeringsbesluit VLAREM II sinds 1995. Dit decreet en zijn besluiten zijn doorheen de jaren veelvuldig gewijzigd en aangevuld. Daarenboven is de Vlaamse milieuwetgeving in het algemeen zowel in hoeveelheid als in complexiteit toegenomen.
Met de vormingsreeks "Milieuwetgeving voor gevorderden" beoogt het provinciaal instituut voor Hygiëne zowel de milieuvergunningswetgeving als andere milieu- en natuurgerelateerde wetgevingen grondig te behandelen. Gespreid over verschillende dagen behandelen we de uiteenlopende thema’s.
Om iedereen de mogelijkheid te geven om volgens zijn behoefte aan informatie in te kunnen schrijven, kun je per (halve) dag ingeschreven worden. De reeks is volledig gratis.
Deze eerste dag behandelde de voor steden en gemeenten relevante milieuvergunningswetgeving en -praktijk. Hieronder kun je de syllabus van deze eerste opleidingsdag downloaden.
Downloads:
- Presentatie milieuvergunningsprocedure in de praktijk [PDF] (pdf - 305kB)
- Procedures milieuvergunning [PDF] (pdf - 393kB)
- Bijlagen [PDF] (pdf - 5166kB)
- Wijzigingen milieuvergunningendecreet [PDF] (pdf - 86kB)
- Wijzigingen VLAREM I [PDF] (pdf - 147kB)
- Wijzigingen indelingslijst VLAREM [PDF] (pdf - 376kB)
Vragen en antwoorden
- Kan een aannemer die een bronbemaling doet (bijvoorbeeld op het terrein van een klasse 1-inrichting) zelf de klasse 3-melding doen?
Mijns inziens niet. De vergunningsplicht in het kader van het milieuvergunningsdecreet is gekoppeld aan een inrichting en niet aan een persoon. In dit geval maakt mijns inziens de klasse 3-inrichting deel uit van de globale inrichting, klasse 1 of 2. Naar analogie zoals bij de vergunningsaanvraag dient de melding mijns inziens te gebeuren door de exploitant, dat wil zeggen elke natuurlijke of rechtspersoon die een inrichting exploiteert of voor wiens rekening een inrichting wordt geëxploiteerd. (Zie Verhoeven A., Gids Milieuvergunning, Politeia, Brussel, jaartal, 38 en 50-51, zie artikel 1 Vlarem I) - Is de bekendmaking van een klasse 3-inrichting horende bij een klasse 2-inrichting hetzelfde als de bekendmaking van een milieuvergunningsaanvraag?
Ja. Gaat het om één of meer klasse 3-inrichtingen die géén deel uitmaken van een milieutechnische eenheid met klasse 1 of 2-inrichtingen, dan schrijft de burgemeester de ontvangen meldingen in een register dat ter inzage wordt gelegd voor eenieder.
Gaat het om één of meer klasse 3-inrichtingen die samen met klasse 1 of 2-inrichtingen deel uitmaken van een milieutechnische eenheid, dan maakt de bevoegde overheid (schepencollege of deputatie) de aktename bekend zoals ze een gewone vergunningsbeslissing bekendmaakt.
Als de melding betrekking heeft op een of meer van de subrubrieken 9.3 tot en met 9.8 (dieren) en 28.2 (opslag dierlijke mest), dan moet de inzake de melding bevoegde overheid aan de Vlaamse Landmaatschappij kopie bezorgen van het meldingsformulier en zijn eventuele bijlagen. Een specifieke termijn is niet voorgeschreven: het doorsturen moet “zonder verwijl” gebeuren. Gaat het daarbij om één of meer klasse 3-inrichtingen die samen met klasse 1 of 2-inrichtingen deel uitmaken van een milieutechnische eenheid, dan moet ook een, voor eensluidend verklaarde, kopie bezorgd worden van de aktename. (Zie Verhoeven, A., Gids Milieuvergunning, Politeia, Brussel, jaartal, 42; zie artikel 4 Vlarem I) - Procedure mededeling kleine verandering: is het advies van de AMV en de AROHM vereist?
Ja. Het schepencollege (respectievelijk deputatie) of zijn gemachtigde ambtenaar dient een exemplaar van het volledige mededelingsdossier ter advies aan de Afdeling Milieuvergunningen van AMINAL en de bevoegde afdeling van AROHM te sturen. (Zie Verhoeven, A., Gids Milieuvergunning, Politeia, Brussel, jaartal, 148; zie artikel 6quater §3 en artikel 20 §1, 1° en 2° Vlarem I) - Moet de aanschrijving naar de eigenaars/gebruikers van gebouwen in het kader van het openbaar onderzoek aangetekend gebeuren?
Nee. Het is niet vereist dat de kennisgeving aan de eigenaars van de percelen gelegen in een straal van 100 m rond de perceelsgrenzen van de inrichting en aan de gebruikers van de gebouwen binnen diezelfde straal aangetekend zouden gebeuren. (Zie Verhoeven, A., Gids Milieuvergunning, Politeia, Brussel, jaartal, 77.)
In geval de aanschrijving niet aangetekend gebeurt, kan er zich wel een probleem stellen naar bewijslast. Evenwel het niet aangetekend uitvoeren van de aanschrijving heeft op zich niet tot gevolg dat er sprake is van schending van de bepalingen van het openbaar onderzoek. - Mogen de gegevens van de eigenaars door de gemeente zelf geactualiseerd worden of mag enkel de lijst volgens de kadastrale legger worden gebruikt?
Mijns inziens mag de gemeente de gegevens van de eigenaars zelf actualiseren. De exploitant moet weliswaar verplicht bij de vergunningsaanvraag het kadastraal uittreksel bijvoegen. De ratio legis van het openbaar onderzoek beoogt evenwel “de meest ruime bekendmaking van de aanvraag om” aan de ermee geviseerden (onder andere eigenaars en gebruikers van de in een bepaalde straal gelegen goederen, andere overheden, …) “de kans te bieden alle nuttige redenen tegen de ontworpen inrichting te doen gelden”. Het onderzoek heeft ook de bedoeling de overheid zo goed mogelijk in te lichten over de hinder die de exploitatie kan veroorzaken. Die bekendmaking “is van substantiële aard, maar niet elke vorm waarin deze bekendmaking geschiedt, is op zichzelf op straffe van nietigheid opgelegd. Om het doel van de meest ruime bekendmaking van de aanvraag en het zo goed mogelijk inlichten van de overheid te bereiken, is het volgens mij toegelaten dat de gemeente de gegevens van de eigenaars zelf actualiseert. (De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer lijkt zich daar ook niet tegen te verzetten omdat nieuwe eigenaars toch via de inschrijving in het bevolkingsregister bekend zijn.) (Zie Verhoeven, A., Gids Milieuvergunning, Politeia, Brussel, jaartal, 74 en 77.) - Wie is bevoegd voor aktename klasse 3-inrichtingen van het schepencollege zelf?
Volgens mij het schepencollege zelf. Klasse 3-inrichtingen van de gemeente die geen deel uitmaken van een klasse 1 of 2- inrichting mogen volgens mij door het schepencollege zelf geakteerd worden. Immers, de melding van een klasse 3-inrichting gebeurt in principe bij het schepencollege. Dezelfde regel van melding bij het schepencollege geldt ook voor:
– het veranderen van één of meer klasse 3-inrichtingen waarna de inrichting nog altijd in de 3e klasse
blijft
– een bestaande activiteit die tot dan toe niet als hinderlijk ingedeeld is, veranderen waardoor ze
klasse 3 wordt
– het verder exploiteren van een al bestaande, tot dan toe niet-vergunningsplichtige, noch
meldingsplichtige activiteit die op zeker ogenblik een klasse 3-inrichting wordt door wijziging van de
indelingslijst
Van de regel van melding bij het schepencollege wordt afgeweken als de klasse 3-inrichting(en) deel uitmaakt van een inrichting met ook inrichtingen van klasse 2 en/of 1. Dan geldt het volgende:
– als de exploitant op hetzelfde ogenblik ook een vergunningsaanvraag of een mededeling van
verandering plant met betrekking tot één of meer klasse 1 of 2-inrichtingen, dan dient hij daarin ook
de klasse 3-inrichting(en) op te nemen. De vergunningsaanvraag of mededeling geldt dan als
melding van de klasse 3-inrichting.
– in de overige gevallen moet de exploitant de exploitatie of verandering melden, maar dan bij de
overheid (schepencollege of deputatie) die bevoegd is voor de rubrieken klasse 2 en/of 1
van de inrichting, d.w.z. de overheid bevoegd voor de hoogste klasse van de op de inrichting
toepasselijke rubrieken - dus de provincie bij klasse 1, of bij een klasse 2 van een
overheidsinstantie, en de gemeente bij een klasse 2.
Met andere woorden, als de klasse 3-inrichting van de gemeente geen deel uitmaakt van een klasse 1 of 2- inrichting mag volgens mij het schepencollege zelf akteren.
(Zie artikel 2 §2 en §5 van Vlarem I)
