- Home
- Leefomgeving
- Natuur en landschap
- Natuurbeleid
- Biodiversiteit lokaal BEkeKEN
- Bedreigde dieren en planten
Bedreigde dieren en planten
In het kader van de campagne 'Biodiversiteit lokaal BEkeKEN' heeft de provincie een aantal bedreigde dieren en planten gekozen waar prioritair rond gewerkt wordt.
Hier vertellen de bedreigde dieren en planten van onze beekvalleien hun verhaal:
| Zomerklokje Ik bloei in de lente en voel me thuis aan de oevers van rivieren. Ik verspreid mijn zaadjes door het water. Opgelet, eet niet van mijn bladeren, die zijn giftig. | Kamsalamander Ik ben de grootste Vlaamse salamandersoort. Soms zie je mij op het land, soms in het water. Op mijn menu staan voornamelijk insecten, wormen en slakken. |
|
| Bosbeekjuffer Ik vertoef in de buurt van langzaam stromende beken met heel zuiver water. Ik ben zeldzamer dan mijn neefje de weidebeekjuffer. Ik ga kopje onder om mijn larven af te zetten. Zij blijven twee jaar in het water om dan als volwassen juffers het luchtruim te veroveren. | IJsvogel Ik leef vlakbij zuiver en visrijk water, want ik eet kleine visjes. Ik hou niet van vorst omdat het wateroppervlak dan bevriest en ik geen visjes meer kan vangen. Ik graaf een broedhol in een verticale wand of gebruik de wortelkluiten van een omgewaaide boom als kinderkamer. | |
| Paapje Ik ben een zeldzaam trekvogeltje. Mijn favoriete kostje bestaat uit insecten. Ik voel me thuis in hooiland langs beken en rivieren. | Serpeling Ik voel me als een vis in het water in stromend water met zand- en grindbodems zonder begroeiing. Ik leef met mijn soortgenoten in scholen en eet vooral watervlooien en algen. | |
| Bont dikkopje Ik heb de naam van een kikkervis, maar ik ben een dagvlinder. Ik leef nabij vochtige gras- en bosgebieden. Ik leg mijn eitjes op de bladeren van het pijpenstrootje en het hennegras. | Franjestaart Ik woon in boomholtes vlakbij waterpartijen en moerassen. Wees niet bang. Ik drink geen bloed! Een half uur na zonsondergang vlieg ik uit om spinnen en insecten te vangen. | |
| Rivierdonderpad Ik heet rivierdonderpad, maar ben een vis. Ik kreeg die naam vanwege mijn dikke platte kop, brede bek en dicht bij elkaar staande ogen. Je vindt mij op de bodem van de rivier. Ik word vijf jaar oud en haal soms een lengte van 15 cm. | Beekrombout Ik behoor tot de echte libellen. Wij, echte libellen, vouwen in rust onze vleugels niet samen. Juffers doen dat wel. Ik ben een bedreigde soort, want de plaatsen waar ik leef worden zeldzaam. Maak voor mij opnieuw schone, stromende beken en rivieren. | |
| Kleine ijsvogelvlinder Ik ben een dagvlinder. Ik leef in de nabijheid van vochtige bossen. Vroeger kwam ik overal voor, maar nu ben ik een zeldzame verschijning. Ik voed me voornamelijk met honingdauw. | Beekschaatsenrijder Ik ben een zeer zeldzame waterwants. Met mijn lange poten schaats ik over het wateroppervlak, op zoek naar prooien. Ik heb geen vleugels. Je kunt me alleen zien op beken en kanaaltjes met stromend water. |
|
Geert De Kockere maakte tal van beelden van dergelijke opvallende natuurpareltjes in onze provincie. Bewonder hier alvast enkele natuurclipjes van de beekschaatsenrijder, de bosbeekjuffer en de ijsvogelvlinder.















