Beschikbare skip links


Verspreiding eikenprocessierups in de provincie Antwerpen

Om een overzicht te krijgen van de verspreiding van de processierupsen in de provincie Antwerpen, ontvangt elk gemeentebestuur in de provincie jaarlijks een korte vragenlijst. Zo worden gegevens verzameld over het aantal aangetaste locaties, aantal en grootte van de nesten, werkwijze van bestrijding en boomsoort.

Stand van zaken van de eikenprocessierups in 2011

Van de 70 gemeenten en steden reageerden er 64 op de jaarlijkse enquête. Slechts 4 gemeenten kregen geen meldingen binnen over hinder met betrekking tot eikenprocessierupsen. Bij de verwerking van de resultaten hebben we groot Antwerpen opgesplitst zodat we aan 76 entiteiten komen.

 

Kaart 1 geeft een schatting van het aantal door rupsen aangetaste locaties. De meldingen gaan enkel over locaties in de bebouwde kom of op publieke plaatsen, waar rupsen hinder kunnen veroorzaken voor de bevolking. Deze kaart laat zien dat er in de provincie Antwerpen talrijke gemeenten zijn die met hoge aantallen rupsen te maken kregen. Verspreid in de provincie zijn er 26 gemeenten of steden met lage aantallen rupsen (<10).

 

Kaart 2 - de hinderkaart - geeft op basis van een niveauverdeling weer hoe groot de hinder is die de bewoners ondervinden en reflecteert ook de belasting op de uitvoerende bestrijdingsdiensten. In 21 gemeenten is er een kleine hinder.

 

Kaart 3 geeft de evolutie weer van de hinder ten opzichte het jaar 2010. In 2011 zijn er meer gemeenten, namelijk 24 tegenover 17 gemeenten in 2010, waar de hinder stijgt. Er zijn 7 gemeenten (22 in 2010) die in een lagere aantalsklasse terechtkomen. In 35 gemeenten blijft de toestand ongewijzigd.

  

Uit de verzamelde gegevens kunnen we het volgende besluiten:

  • Een groot deel van de gemeenten heeft een matig tot groot aantal aangetaste locaties.
  • Het merendeel van de gemeenten ondervindt veel hinder van de rupsen door de werklast en de rechtstreeks hinder van de brandharen.
  • In het verleden bleef de grote hinder beperkt tot het noorden van Antwerpen. Nu stellen we vast dat de grote hinder verspreid is over heel de provincie, uitgezonderd de westelijke provinciegrens.
  • Vier gemeente kregen geen meldingen binnen. Niveau twee (De gemeente komt voor de eerste keer in aanraking met het verschijnen van eikenprocessierupsen) is al sinds 2001 verdwenen bij de verwerking van de gegevens van de provincie Antwerpen.

Legende bij kaart 2

Niveauverdeling op basis van de belasting op de uitvoerende diensten en de last die de bewoners ondervinden: 

  • Niveau één: er zijn weinig of geen locaties waar rupsen voorkomen (minder dan tien) waardoor de bewoners weinig last ondervinden en de bestrijding geen invloed heeft op de werklast van de bevoegde diensten (minder dan twee dagen werk).
  • Niveau twee: de gemeente komt voor de eerste keer in aanraking met het verschijnen van eikenprocessierupsen.
  • Niveau drie: er zijn weinig tot een redelijk aantal locaties waar rupsen voorkomen (meer dan tien en minder dan twintig) waardoor de bewoners last ondervinden en de bestrijding een invloed heeft op de werklast van de bevoegde diensten (tot een week werk).
  • Niveau vier: er zijn redelijk of veel locaties (meer dan twintig) waar rupsen voorkomen waardoor de bewoners veel last ondervinden en de bestrijding een duidelijke belasting geeft op de werklast van de bevoegde diensten (meer dan een week werk).

Opvolging van de eikenprocessierupsen sinds 1995

De opvolging, voorlichting, advisering over de eikenprocessierups door de  Dienst Duurzaam Milieu - en Natuurbeleid aan de gemeenten in de provincie Antwerpen gaat nu het zeventiende jaar in.

 

Sinds 1999 bevraagt de provincie de gemeenten jaarlijks op een gestandaardiseerde manier aan de hand van een vragenlijst. Deze peilt naar het aantal gemelde locaties met eikenprocessierupsen en de hinder die men ondervindt.  

 

We vergeleken de gegevens van 1999 tot en met 2011 om na te gaan of er een trend in zit. De resultaten geven een globale indicatie van de toestand weer. De gegevens worden beïnvloed door preventieve behandelingen en adviesverlening. 

 

De hinderkaart (gebaseerd op subjectieve waarnemingen en numerieke gegevens) vertoont sinds 1999 toch een duidelijke trend. Als de gegevens van 1995 en 1996 ook omgezet worden naar hinderkaarten zien we nog een duidelijkere evolutie. In 1997 en 1998 zijn er verschillende info- en bestrijdingscampagnes gevoerd, maar zijn er geen gegevens voorhanden die vertaald kunnen worden in hinderkaarten.

 

In onderstaande grafiek merken we een lichte toename van de hinder in 2004 en 2005. De hinder neemt af in 2006, om dan plots sterk te stijgen in 2007 en 2008. Deze hinder overtreft de hinder ervaren in 1997. 

grafiek 

 

 

Algemeen kunnen we stellen dat tot 2003 de hinder (hoog aantal aangetaste locaties) zich beperkte tot het noorden van de regio noorderkempen en Antwerpen. In 2004 en 2005 breidde de hinder uit naar de zuiderkempen en de streek rond Mechelen. In 2006 is de hinder beperkt tot de regio rond Mechelen, in 2007 is ze verspreid over de zuiderkempen, Antwerpen en een gedeelte in het noorden. Vanaf 2008 is de hinder verspreid over de ganse provincie.

Meer info?

Kathleen Verstraete

tel.: 03 240 59 86
fax: 03 240 57 52