- Home
- Leefomgeving
- Natuur en landschap
- Eikenprocessierupsen
- Bestrijding
Bestrijding van de eikenprocessierups
Het Provinciaal Instituut voor Hygiëne (PIH) heeft altijd geadviseerd om enkel te bestrijden in de bebouwde kom of op andere publieke plaatsen zoals langs wandel- of fietswegen. In natuur- of bosgebieden wordt verondersteld dat het biologisch evenwicht kan behouden worden via de natuurlijke vijanden en ondervindt de mens er weinig hinder van. Geen maatregelen nemen is het meest milieuverantwoordelijke beheer.
De bestrijding is afhankelijk van het ontwikkelingsstadium
Stand van zaken 2012
Stand van zaken 2011
Downloads:
- 1ste stadium (advies van 5 april 2011) [PDF] (pdf - 217kB)
- 2de stadium (advies van 15 april 2011) [PDF] (pdf - 213kB)
- 3de stadium (advies van 27 april 2011) [PDF] (pdf - 178kB)
- 4de stadium (advies van 11 mei 2011) [PDF] (pdf - 311kB)
- 5de stadium_verpoppingsfase (advies van 5 juli 2011) [PDF] (pdf - 256kB)
Stand van zaken 2010
Downloads:
- 1ste stadium (advies van 13 april 2010) [PDF] (pdf - 225kB)
- 2de stadium (advies van 26 april 2010) [PDF] (pdf - 197kB)
- 3de stadium (advies van 17 mei 2010) [PDF] (pdf - 242kB)
- 4de stadium (advies van 10 juni 2010) [PDF] (pdf - 260kB)
- 5de stadium_verpoppingsfase (advies van 7 juli 2010) [PDF] (pdf - 251kB)
Bestrijding van de eikenprocessierups: Spinosad vs. Bacillus thuringiensis
De gemeenten kregen reclame over het handelsmiddel "Tracer of Conserve" om de eikenprocessierups te bestrijden. Dit is een product op basis van het werkzaam element Spinosad.
Op de site van het fytoweb wordt dit middel beschreven. Spinosad is schadelijk voor organismen in het water en voor bijen en hommels. Als we Spinosad vergelijken met de werking van Bacillus thuringiensis, dan merken we dat producten op basis van Spinosad een veel minder gunstig ecotoxicologisch profiel hebben. Uit ecologisch oogpunt raden wij daarom af om Spinosad te gebruiken. Indien je dit product toch wilt gebruiken, is een grondige risicobeoordeling nodig.
Begin 2008 organiseerde het PIH een studiedag over de eikenprocessierups en onder andere de bestrijding ervan.
Mogelijke bestrijdingsmethoden
Branden
Als de eikenprocessievlinder moet bestreden worden, is branden in combinatie met zuigen van jonge en volgroeide rupsen de meest directe en milieuvriendelijke manier.
Zodra jonge rupsen zich op de stam verzamelen, kun je beginnen met ze weg te branden. Belangrijk zijn goede instructies voor de uitvoering, omdat je zeer nauwkeurig moet werken. Je vermijdt schade aan de bast van de boom door de vlam niet loodrecht op de stam te richten, maar er langs te strijken zoals een schilder met zijn kwast. Brand alleen met het gele deel van de vlam. Begin bovenaan zodat de gevallen rupsen nogmaals door de vlam komen. Om te voorkomen dat rupsen die van de boom vallen weer tegen de stam opkruipen, brand je best na op de grond. Pas op voor bermbranden. Tijdens het seizoen moet je de methode enkele keren herhalen, zodat rupsen die op een later tijdstip van de kroon naar de stam kruipen alsnog worden vernietigd.
Voordeel van branden is dat je snel en flexibel kunt werken, vooral vroeg in het seizoen. Er zijn ook wel nadelen verbonden aan deze manier van werken. Een risico van deze methode is beschadiging van de cambiumlaag van de eik en de kans op bermbranden. Het is niet aangenaam werken bij warm weer en de kledij moet na het werken weggegooid worden.
Er zijn verschillende propaanbranders op de markt. Om op een hoogte van twee, drie meter vanaf de grond te kunnen branden, gebruikt je best een verlengstuk.
Zuigen
In combinatie met branden kun je grote hoeveelheden rupsen ook opzuigen met industriële stofzuigers, een mesttank of een kolkenzuiger. Voor de bestrijding van net uitgekomen rupsen zonder brandharen (tot derde larvaal stadium, wel moeilijk te zien) zijn stofzuigers geschikt. Bijzondere voorzorgsmaatregelen zijn dan ook nog niet nodig.
Rupsen met brandharen (juni – augustus) kun je beter opzuigen met een zware industriële stofzuiger of een mesttank met vacuümpomp, gedeeltelijk gevuld met water met een onderdruk van minstens 3 bar. De brandharen worden in het water nagenoeg onschadelijk.
Zowel zuigen als branden moet per seizoen verschillende keer herhaald worden (vier tot vijf keer). Oude spinselnesten kun je met deze methode het hele jaar door opruimen. Om de omgeving zo min mogelijk te belasten wordt aangeraden dat wel te doen onder natte omstandigheden.
Met zuigen begin je in het voorjaar, kort na het uitkomen van de eieren. De rupsjes verzamelen zich dan aan de onderkant van dikkere takken en zien eruit als donkereharige bolletjes. Omdat ze nog geen brandharen bezitten en weinig volume hebben, kun je snel werken met een hoog rendement. Bij voorkeur zuig je ’s ochtends, omdat jonge rupsen later op de dag ‘aan de wandel’ gaan. Vanaf begin juni zitten er oudere rupsen op de stammen en kun je er met de zuiger gemakkelijk de hele dag bij.
Zuigen in combinatie met branden levert op termijn de minste risico’s op voor mens en milieu. Daarom heeft deze methode de voorkeur boven andere. De effectiviteit is goed en de neveneffecten (brandschade) zijn lokaal van aard. De behandeling is wel arbeidsintensief en vooral later in het seizoen ben je blootgesteld aan vrijkomende brandharen.
Bladbespuiting
Wanneer op grond van aantasting in vorige jaren er grote aantallen worden verwacht, kun je de bladeren met biologische of chemische middelen bespuiten. Daardoor voorkom je dat later in het seizoen vervellingshuidjes en dode rupsen uit de bomen vallen.
Biologische bestrijding met bacteriën
Voor bespuiting van de eikenprocessierups zijn diverse biologische preparaten in de handel met als werkzame stof Bacillus thuringiensis. Het gewenste resultaat krijg je alleen als de bomen voldoende blad hebben. De rupsen zelf bespuiten heeft geen zin, ze moeten het bestrijdingsmiddel opnemen via hun voedsel. De periode waarin je kunt spuiten is zeer beperkt. Enkel de rupsen op het einde van het tweede larvaal stadium en het derde larvaal stadium zijn gevoelig voor deze stof. De weersomstandigheden moeten ook optimaal zijn. Regen tot 24 uren na de bespuiting spoelt de stof weg van de bladeren.
De bacillus-bacterie produceert een gif dat het maag-darmstelsel verlamt, jonge larven nemen dit spijsverteringsgif op door vraat van het blad. Het werkt enkele dagen na toediening. De stof is zeer selectief. De effecten zijn beperkt tot andere rupsensoorten die behandeld blad eten. De giftigheid voor warmbloedigen is zeer laag.
Chemische gewasbeschermingsmiddelen
Producten op basis van de volgende werkzame stoffen: diflubenzuron, tebufenozide, spinosad, cypermethrin, deltamethrin en lambda-cyhalothrin (+ pirimicarb), zijn erkend voor de bestrijding van de eikenprocessierups (bekijk ook de website van het fytoweb)
Chemische bestrijdingsmiddelen zijn vervuilend voor het milieu en de werkzame stoffen zijn ook giftig voor andere insecten. Het gebruik van deze middelen wordt daarom niet aanbevolen door het PIH.
Aannemers voor bestrijding
Hieronder kun je een lijst downloaden van aannemers voor de bestrijding van de eikenprocessierups. Deze lijst is gebaseerd op de meest recente, ons bekende gegevens.
Technische bepalingen voorbeeldbestek
Het bestrijden en verwijderen van rupsen dient vakkundig uitgevoerd te worden. Nauwkeurige technische bepalingen in een bestek zorgen ervoor dat de meest efficiënte, ecologische en veilige bestrijding wordt toegepast.
Een voorbeeldbestek opgemaakt door de provincie kun je hieronder downloaden.
Verwijderen van rupsenresten
Het verwijderen van nesten van de eikenprocessierups brengt gevaarlijk dierlijk afval met zich mee. Tot hiertoe kennen we twee verwerkingsbedrijven in de omgeving die een vergunning hebben om de rupsenresten te verbranden. Je kunt van elk bedrijf een voorbeeld van een offerte downloaden.
