Bewust en zuinig met water omspringen.
Duurzaam bouwen betekent ook dat we bewust en zuinig met water omspringen. De oppervlakte van onze aarde bestaat voor liefst 71 procent uit water, maar jammer genoeg is dat zout, niet drinkbaar zeewater. Amper 2 procent van het oppervlaktewater is zoet en ook dit water is niet allemaal drinkbaar. Er zuinig mee om springen is dus de boodschap.
Beperk vraag tot essentiële behoefte
Keuze van toestellen
Door de keuze van je toestellen kun je behoorlijk wat water besparen. Algemeen bekend zijn de toiletten met dubbele spoelknop. Maar wist je dat er nog zuinigere modellen bestaan? Die gebruiken per grote spoelbeurt amper 4 liter en slechts 2,5 liter per kleine spoelbeurt.
Een bad vraagt meer water dan een douchebeurt. Een flinke douchebeurt is goed voor zo’n 85 liter water terwijl een bad zo ‘n 120 liter nodig heeft.
Een waterbesparende douchekop levert evenveel comfort als een traditionele. Je kunt op je kranen ook debietbegrenzers plaatsen. Je kunt zo’n debietbegrenzer bovendien op je hele waterleidingnet binnen de woning laten plaatsen.
Het is ook belangrijk om lekkende kranen en toiletten met een defecte spoelinstallatie zo snel mogelijk te herstellen. Vaak kun je dat zelf doen zonder er een loodgieter bij te halen.
Gebruik duurzame bronnen
Regenwater versus leidingwater
Regenwater verzamel je ter plaatse in een regenwaterput. Leidingwater komt van een erkende watermaatschappij. Dit water wordt constant gecontroleerd en is gegarandeerd zuiver en drinkbaar en minstens even goed van kwaliteit als flessenwater. Daarom gebruiken we voor leidingwater eigenlijk beter de term drinkwater. Zo zouden we ook sneller beseffen dat we geen drinkwater moeten gebruiken om het toilet door te spoelen, om de vloer te schrobben of om de planten te sproeien. Regenwater is hiervoor veel beter!
Gemiddeld gebruiken we 111 liter water per persoon en per dag. Ongeveer 47 procent komt op rekening van het toilet en de wasmachine. En net dat zijn twee toestellen die je zonder problemen op de regenwaterinstallatie kan aansluiten.
Verplichte regenwaterput
Met het oog op een betere regenwaterhuishouding verplicht de Vlaamse regering sinds 1999 een hemelwaterput voor iedere nieuwe of verbouwde gezinswoning.
In deze put moet minstens 3.000 liter kunnen. Het volledige dakoppervlak dient in één of meer regenwaterputten af te wateren. Enkel indien de woning wordt herbouwd in gesloten bebouwing kan volstaan worden met de afwatering van de helft van de dakoppervlakte. Op de regenwaterput moet een operationele pompinstallatie worden aangesloten en een overloop. De overloop mondt uit in een gracht, een infiltratiebed, een oppervlaktewater of de afvoer van regenwater. Alleen als het niet anders kan, mag je de overloop aansluiten op de riolering. Die riolering kan een gescheiden stelsel zijn en dan sluit je natuurlijk aan op de regenwaterafvoerleiding. Indien het geen gescheiden stelsel is, moet je ook nog een terugslagklep voorzien. Ook voor een gescheiden stelsel kun je een terugslagklep voorzien. Het is niet verplicht, maar wel verstandig.
Voor kleine rijwoningen of kleine percelen is dit allemaal nog niet verplicht, maar uiteraard wel aan te raden.
Je eigen gemeente kan strengere verplichtingen opleggen. Neem daarom tijdig contact op met de technische dienst van je gemeente.
Elke nieuwbouwwoning moet dus een regenwatertank hebben. Waarom zou je die regenwatervoorraad dan niet optimaal benutten? Regenwater kan bovendien ook dienst doen om te poetsen, in de tuin, om planten te besproeien,...
Het is ook belangrijk om het water te filteren voor je het opslaat in een tank. Dit is nodig om enerzijds de goede werking van de installatie en anderzijds de kwaliteit van het regenwater te waarborgen. Er zijn verschillende filtersystemen op de markt. Bij het oppompen van het water maak je best gebruik van een vlotterfilter. Dankzij het vlotterprincipe ligt de filter nooit aan de oppervlakte of op de bodem van de put en komt er geen bezinksel in.
Microbeton of kunststof
Regenwaterputten zijn te koop in microbeton en in kunststof. De kunststofputten zijn vrij licht en gemakkelijker te installeren. Dat is aangewezen op plaatsen waar je niet met een kraan kunt komen. Kleinere tanks kunnen zelfs in de kelder geplaatst en aan mekaar gekoppeld worden.
De putten in microbeton moeten een BENOR-keurmerk hebben. Een regenwaterput in beton heeft niet dezelfde gladde wand als een kunststofput en daardoor kunnen micro-organismen zich op de wand vastzetten. Dat is een voordeel, want deze organismen hebben een zuiverende werking. Als je de regenwatertank schoonmaakt, mag je die organismen zeker niet verwijderen. Enkel de sliblaag op de bodem moet verwijderd worden.
Efficiënt omgaan met water
Afvalwaterzuivering
De natuur reinigt in principe zichzelf, maar de hoeveelheid afvalwater die we vandaag met zijn allen produceren, is teveel van het goede. Daarom zijn installaties nodig om water te zuiveren. Een zuiveringsinstallatie heeft drie grote delen:
- Een voorzuivering (bezinking van zwevende deeltjes, vetafscheiding,...).
- Een biologische zuivering (bacteriën verteren het organisch materiaal).
- Een nabezinking.
Waterzuivering gebeurt in installaties van verschillende omvang en structuur:
- Een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) is de grootste vorm. Dit type installatie zuivert het afvalwater van meer dan 2 000 inwoners. Voor een goede werking komt er liefst vrij beladen afvalwater in terecht. Vandaar dat men ook tracht het regenwater uit de RWZI’s te houden.
- De kleinschalige waterzuiveringsinstallaties (KWZI's), bedienen gemiddeld 200 gezinnen. Voor de inplanting hiervan zijn de gemeenten verantwoordelijk.
- Een IBA tot slot is een individuele behandeling van afvalwater. Deze wordt verplicht voor gezinnen, die niet kunnen aansluiten op een riool, noch op een KWZI.
Bij nieuwbouw of verbouwing is een waterzuivering verplicht. De zuivering moet echter niet altijd via een complexe installatie, het kan ook met plantensystemen, zoals rietvelden.
Afkoppelen, bufferen en infiltreren van regenwater
Regenwater hoort niet thuis in een riolering. Daarvoor is het te zuiver. Wanneer er teveel regenwater afgevoerd wordt naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie, werkt deze installatie niet optimaal. Bij een overaanbod kunnen de tanks van de RWZI alle afvalwater niet verwerken en wordt er zelfs ongezuiverd afvalwater naar de waterlopen gepompt. Doordat we massaal regenwater afvoeren naar de riolering, stijgen de debieten in de rivieren. Bij langdurige regen of wolkbreuken treden de rivieren zelfs buiten hun oevers.
Regenwater moet in de grond dringen om de grondwatervoorraden aan te vullen, of op zijn minst apart behandeld worden van het vuile water. Vandaar dat op vele plaatsen gescheiden rioolstelsels worden gebouwd. We spreken van afkoppeling van regenwater.
Een gescheiden rioolstelsel bestaat uit 2 delen
- DWA (droog weer afvoer): enkel vuil
- RWA (regenwaterafvoer): via een geherwaardeerde gracht of via een aparte leiding (transportriolering of infiltratieleiding)
Het gedeelte regenwater gaan we bufferen [Het regenwater zo veel mogelijk op de plaats te houden, bijvoorbeeld in een bufferbekken. Ook een groen dak, waarop dus planten groeien, is een buffer van regenwater. Afhankelijk van het systeem heb je een laag aarde of een dunnere laag substraat waarin de planten groeien. Ongeveer 50 procent van het regenwater wordt door deze voedingsbodem vastgehouden en door de planten terug verdampt.] of laten infiltreren [Het zo veel mogelijk laten indringen van het regenwater. Dit kan via waterdoorlatende bestratingen of door het regenwater af te voeren via grachten of in speciale buizen, waarin infiltratievoorzieningen zijn aangebracht.].
