Beschikbare skip links


Spaarzaam met energie

Het maatschappelijke debat over energie draait vandaag vooral rond de Kyoto-norm. Toch komt er heel wat meer kijken bij dit thema. Om ons te voorzien van energie, gebruiken we vooral fossiele brandstoffen zoals olie, gas en steenkool of nucleair splijtmateriaal. De gekende voorraden daarvan zijn echter beperkt. 

Bovendien komen de meeste grondstoffen uit een beperkt gebied. Op die manier zijn we voor onze energievoorziening volledig op de import van grondstoffen aangewezen. De bevoorrading is dus nooit gegarandeerd. De prijs is bovendien afhankelijk van de internationale marktpolitiek en daar hebben we weinig vat op. 

Ons energieverbruik heeft bovendien zijn terugslag op de milieu- en gezondheidsproblematiek. Zo kennen we het probleem van CO2-uit stoot, broeikasgassen, zure regen, olierampen,... De energieproblematiek is dus een echt energievraagstuk dat we ernstig moeten nemen.

Beperk vraag tot essentiële behoefte

Isoleren

Isoleren

Vergelijk een isolatie met een warme trui in de winter. Een trui zorgt ervoor dat je eigen warmte 'binnen' blijft. Isoleren betekent dus dat je de transmissieverliezen moet verlagen. 

Isoleren gebeurt met droge, stilstaande lucht die gevangen zit in het isolatiemateriaal. Isolatiemateriaal mag niet nat worden. Sommige materialen isoleren beter dan andere. Dat wordt uitgedrukt in een Lambda-waarde

De isolatie van gebouwen wordt uitgedrukt in een K-waarde, hoe lager K, hoe beter geïsoleerd. Een perfecte thermos zou K0 zijn. De wetgever legde in Vlaanderen tot eind 2005 een isolatiegraad van K55 op, wat absoluut geen strenge eis is. Bij invoering van de EPB (energieprestatie- en binnenklimaatregelgeving) in 2006 is deze strenger gemaakt tot K45. Met de huidige stand van de technologie is K30 over het algemeen goed haalbaar.

Ventileren

ventileren

Met de nieuwe EPB is ventileren vanaf 2006 zelfs verplicht. Met ventileren bedoelen we het afvoeren van vervuilde lucht en het aanvoeren van verse lucht. De eerste functie van ventileren is dus zorgen voor een degelijke luchtkwaliteit. 

Er wordt wel eens beweerd dat luchtdichte gebouwen ongezond zouden zijn. Het gaat hier echter duidelijk om een misvatting, want vanuit energetisch oogpunt moeten gebouwen luchtdicht zijn. Dat betekent dat tocht, ongecontroleerde warmteverliezen en ongecontroleerde ventilatiesystemen (kortsluitstromen) vermeden moeten worden. Het bestaan van deze kortsluitstromen kan tegenwoordig gemeten worden. Wanneer dat gebeurt voor de afwerkfase, kunnen foutjes nog bijgestuurd worden. 

We moeten dus de juiste hoeveelheid lucht vervangen en daarbij zo weinig mogelijk energie verliezen. Als we te veel lucht vervangen, krijgen we energieverlies. Als we te weinig ventileren, krijgen we problemen met de luchtkwaliteit. 

Ventilatie bestaat uit toevoer én afvoer van lucht. Zowel de toevoer als de afvoer kan natuurlijk of mechanisch geregeld worden. De natuurlijke aanvoer gebeurt via roosters in ramen en deuren. De natuurlijke afvoer gebeurt bijvoorbeeld via ventilatiekanalen. Bij een mechanische balansventilatie verdeelt een centrale ventilator de lucht via een buizensysteem. In de ventilator zit een systeem dat de warmte recupereert. De warme, uitgaande lucht warmt de binnenkomende lucht op. Zo wordt tot 90 procent en meer van de warmte gerecupereerd. 

Balansventilatie vereist luchtdichte kanalen en een luchtdicht gebouw. Daarom kiezen meer mensen voor gewone ventilatie met warmterecuperatie.

Gebruik duurzame bronnen

De zon

De zon

De zon kan op drie manieren worden gebruikt voor de energievoorziening van gebouwen: passief, thermisch en fotovoltaïsch. 

Passief: met grote vensters op het zuiden kun je heel wat energie winnen. Let wel: het is van belang dat je niet enkel rekening houdt met de winter, maar ook met de zomersituatie wanneer je veeleer de warmte buiten wil houden. Je kunt dat doen door zonwering te installeren. Een alternatief is een dakoversteek of een loofboom. 

Thermisch: de zon kan ook actief aangewend worden voor onze energieproductie. Het meest gekend zijn de zonnepanelen die worden gebruikt voor de productie van warm water, een systeem dat beter gekend is als de zonneboiler. Deze kan instaan voor een groot deel van de warmwaterproductie in het huishouden. Ook voor de verwarming van zwembaden zijn hier populaire toepassingen voorhanden.

Fotovoltaïsche zonnepanelen: naast de productie van warm water kun je zonne-energie ook gebruiken voor de aanmaak van elektriciteit. In dit geval worden fotovoltaïsche panelen gebruikt. Die zetten het zonlicht rechtstreeks om in elektriciteit door de absorptie van licht in een halfgeleidermateriaal.  

Warmtepompen

Warmtepomp

Ook de omgevingslucht en de aarde zijn nuttige energiebronnen. Met behulp van een warmtepomp kun je de aanwezige warmte aan de lucht en de aarde onttrekken. Een warmtepomp gaat hiervoor ongeveer op eenzelfde manier te werk als een koelkast zij het omgekeerd. Een koelvloeistof die door een compressor wordt samengeperst, onttrekt de warmte aan de grond, het grondwater en de lucht. Vervolgens ontspant de vloeistof in een condensor en geeft ze de warmte af voor gebruik in het verwarmingscircuit in de woning.

Uit één eenheid energie haal je zo drie tot vier eenheden warmte. Dit wordt uitgedrukt in COP (coëfficiënt of performance). Deze geeft de verhouding weer tussen de opgeleverde hoeveelheid warmte en de ingebrachte hoeveelheid elektriciteit. 

Warmtepompen zijn pas interessant in goed geïsoleerde woningen die met een lagetemperatuurverwarming zijn uitgerust. Ook voor een warmtepomp kan je onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op subsidies. Informeer ernaar in je gemeente of bij Kamp C.

Windenergie

Wind kennen we al langer als belangrijke energiebron. Onze voorouders benutten de wind met behulp van windmolens om graan te malen. Nu gebruiken we een moderne versie van de windmolens om windkracht om te zetten in elektriciteit. Het principe is vergelijkbaar met de dynamo van een fiets. 

De windmolentechnologie is in volle evolutie. Na experimenten met kleinschalige projecten wordt nu de kaart van de grote windmolenparken getrokken. Ook particulieren kunnen investeren in een windcoöperatief. Zo’n samenwerkingsverband probeert voldoende fondsen in te zamelen voor de bouw van grotere windmolens of windmolenparken. 

Als particulier zelf een windmolen in je tuin plaatsen is vooralsnog zeer moeilijk in Vlaanderen door het ontbreken van een vergunningssysteem.

Biomassa

Biomassapelletkachel

Alle organisch materiaal van plantaardige of dierlijke oorsprong vormt een afgeleide vorm van zonne-energie. Bio-energie kan gewonnen worden uit organisch afval of uit energieteelten geproduceerd in natuurlijke of beheerde ecosystemen. Deze energie kan weer vrijgemaakt worden door vergisting (biogas), vergassing of rechtstreekse verbranding (hout, houtpellets, ...). Ze kan gebruikt worden om warmte te produceren, elektriciteit te winnen via een gasturbine of als olie om motoren aan te drijven.

Efficiënt omgaan met energie

Welke brandstof kies ik?

Gasketel

Elektriciteit gebruiken om warmte of warm water te produceren, is zelden een goede keuze. Als er alternatieven bestaan, kun je die best gebruiken. Immers, om een eenheid elektriciteit te produceren en te vervoeren tot in je woning zijn er 2,5 tot 3 eenheden primaire energie nodig. 

Aardgas en stookolie zijn meer ‘klassieke’ brandstoffen. Daarnaast heb je ook de mogelijkheid om hout te gaan gebruiken in een houtkachel of tegelkachel. Houtresten kunnen samengeperst worden tot pellets. Daarvoor bestaan ook aangepaste branders met een automatische vulling. Diezelfde automatische vulling bestaat ook voor steenkoolgestookte toestellen.  

Het Optimaz-label wijst erop dat de stookolieketel een hoog rendement heeft. Het HR-label (hoog rendement) zegt hetzelfde van de gasketel. Daarnaast zijn er nog condensatiegasketels. Die krijgen zelfs een HRtop label. 

Bij een condensatieketel krijg je niet enkel de warmte van de verbrandingsreactie, maar gebruikt men ook de warmte van de waterdamp die vrijkomt en die men laat condenseren tot warm water. De warmte die de ketel produceert, wordt dan overgedragen op de ruimte via radiatoren, convectoren, vloer- of wandverwarming. Zo kan tot 15 procent extra energie worden teruggewonnen. Producenten van condensatieketels spreken dan ook van een rendement van 108 procent.

Spaarlampen of buislampen

Spaarlamp

Dat spaarlampen een flink pak zuiniger zijn dan gloeilampen is intussen voldoende bekend. Al zijn ze wat duurder, de meerprijs wordt ruimschoots gecompenseerd door een langere levensduur. Buislicht (TL-lampen) zijn echter nog zuiniger.

A-label is zuinigst

A-label

Veel energie wordt ook verbruikt door toestellen (koel- en ijskast, wasmachine, droogkast, ..) Er bestaat een label, waaruit je kan afleiden of een toestel al dan niet energiezuinig is. Een A-label betekent een zuinig toestel, een G-label wordt toegekend aan een energieverslinder.