- In een notendop
- Sociale kaart
In een notendop
Pittig en attractief, zo kun je Mol best omschrijven. Pittig omwille van het dynamisme in de gemeente en het bruisende winkel- en uitgaanscentrum. Attractief, dankzij de vele evenementen, de toeristische trekpleisters en de prachtige natuur.
Mol telt twaalf gehuchten. Het Centrum is het dichtstbevolkt. De andere gehuchten zijn Achterbos, Donk, Ezaart, Ginderbuiten, Gompel, Heidehuizen, Millegem, Postel, Rauw, Sluis en Wezel. Het is de grootste gemeente van het land.
Veel groen en autovrije jaagpaden langs de Kempense Kanalen zijn ideaal voor fietsers en wandelaars. Relaxen kan bij de Molse Meren, bekend en geprezen voor hun hagelwitte zandstranden.
Tips:
- een pleziervaart met de Zander langs prachtige kanalen met antieke sluizen
- het Provinciaal Domein Zilvermeer
- beiaardconcerten in de zomermaanden met befaamde beiaardiers uit binnen- en buitenland
- een bezoek aan de abdij van Postel met een gids: je bezoekt de Romaanse kerk, de binnenkoer met de beiaardtoren, de toonzaal van de vermaarde bibliotheek, de kruidentuin en een gedeelte van de kaasmakerij. In de kerk worden elke zondagvoormiddag Gregoriaanse missen gehouden
- het Jakob Smitsmuseum in de oude pastorie van Sluis: hier kunnen de werken van meester Jakob Smits bewonderd worden. Hij is één van onze grootste Belgische schilders. Regelmatig zijn er thematentoonstellingen met werken van andere kunstenaars uit de ‘Molse School’.
Op vlak van economie en tewerkstelling zijn er enkele bekende namen.
Het SCK-CEN is een nucleair onderzoekscentrum met 600 werknemers en VITO nv is een onderzoekscentrum op het gebied van milieu, nieuwe materialen en grondstoffen. Typerend voor Mol is de aanwezigheid van een elektrische centrale van Electrabel en een sterk uitgebouwde glasnijverheid met de bedrijven Kempenglas nv en Glaverbel nv.
Gemeentebestuur Mol
Molenhoekstraat 2 - 2400 Mol
tel.: 014 33 07 11
fax: 014 33 08 46
e-mail: secretariaat@gemeentemol.be
www.gemeentemol.be
Aantal inwoners (1 januari 2010): 33.114
(gegevens op 1 jan 2010 - Bron: FOD Economie)
