- Home
- Bestuur
- Beleid
- Gouverneur Cathy Berx
- Antwerpse troeven
- Mobiliteit
Mobiliteit
Streefbeeld R11 respectievelijk de ontsluiting van de Rupelstreek
Opdracht van de Vlaamse regering aan de gouverneur
Met haar brief van 29 november 2010 bracht minister Hilde Crevits alle betrokken gemeenten en districten op de hoogte van de aanpak van de streefbeeldstudie van de R11. Gouverneur Cathy Berx en Jan-Jaak Polen van het departement Mobiliteit en Openbare Werken werden aangeduid als projectbegeleider en projectleider.
De opdracht van minister Crevits luidt: “Het is de bedoeling om tegen de zomer 2011 een streefbeeld voor de vertunneling R11 en ontsluiting Rupelstreek op te maken die verder invulling geeft aan de beslissing van de Vlaamse Regering van 24 en 29/9/2010 met betrekking tot het Masterplan Antwerpen.” In een eerste stap werd de projectstructuur opgemaakt die je hieronder kunt downloaden.
De nadruk ligt daarbij op participatie. De conclusies van de Commissie Investeringsprojecten zijn het uitgangspunt. Het is de ambitie om het proces zo veel mogelijk op basis van het rapport Berx en dat van de commissie Sauwens uit te voeren. Een reflectiegroep en een uitgebreide klankbordgroep worden telkens bij elke beslissing betrokken. In een volgende stap werd onderstaande vragenlijst aan alle betrokkenen bezorgd.
Vragen:
Waaraan moet het streefbeeld R11 respectievelijk de ontsluiting van de Rupelstreek volgens de stad/het district/de gemeente waarvan je burgemeester/voorzitter bent beantwoorden? Formuleer de precieze verwachtingen met betrekking tot het streefbeeld respectievelijk de aansluiting zo precies en concreet mogelijk (zowel op het niveau van de principes als de meer concrete uitwerking ervan).
Hoe zie je de concrete timing met betrekking tot de realisatie van het project R11 respectievelijk de ontsluiting van de Rupelstreek respectievelijk aanverwante projecten?
Wat zijn voor de stad/district/gemeente waarvan je burgemeester/voorzitter bent de belangrijkste (mogelijke) knelpunten met betrekking tot de beoogde realisatie van R11 respectievelijk de ontsluiting van de Rupelstreek?
Bevat het mobiliteitsplan van je stad/district/gemeente mogelijkerwijs bepalingen die strijdig zouden kunnen zijn met het toekomstig streefbeeld van de R11 respectievelijk de ontsluiting van de Rupelstreek? Zo ja, preciseer en geef aan hoe je deze contradicties zou willen oplossen. Bestaan er in je stad/gemeente/district ruimtelijke structuur respectievelijk uitvoeringsplannen die in conflict kunnen komen met het project R11 respectievelijk de ontsluiting van de Rupelstreek? Zo ja, preciseer. Welke stakeholders moeten volgens jou allemaal worden betrokken?
Welke lokale stakeholders moeten volgens jou betrokken worden?
Welke representatieve actiegroepen en buurtcomités zijn met betrekking tot de R11 actief in je gemeente? Welke worden best betrokken van bij de start?
Wie wens je in je delegatie op te nemen gelet op de verschillende aspecten die tijdens het proces aan bod zullen komen? Elke delegatie kan uit maximum vier permanente leden bestaan.
Goedgekeurde verslagen van de vergaderingen vind je bij de downloads hieronder. Aan de hand van de antwoorden van alle stakeholders moet een gedragen streefbeeld opgeleverd worden tegen de zomer van 2011. Het streefbeeld R11 kadert in het Masterplan 2020 dat we hieronder kort uitleggen.
Het Masterplan 2020
De Antwerpse regio heeft een bijzonder complex mobiliteitssysteem met concurrerende, elkaar aanvullende polen: de stad, de rand, de haven, het doorgaande verkeer. In haar groenboek “Een nieuwe stedelijke mobiliteitscultuur” stelde de Europese commissie in 2007 de belangrijkste uitdagingen op het gebied van stedelijke mobiliteit voor: vlot verkeer in groenere steden, slimme mobiliteit en een toegankelijk en veilig multimodaal vervoerssysteem. Diezelfde visie vinden we terug in het toekomstplan van Vlaanderen In Actie (VIA), doorbraken 2020. Eén van de belangrijke uitdagingen formuleert Vlaanderen als slimme draaischijf van Europa. Om deze uitdaging te realiseren wordt een breed actieplan voorgesteld. De regio Antwerpen is de uitgelezen plek, door haar centrale ligging, haar stedelijke context, de wereldhaven en economische cluster om de visie van VIA te implementeren. Uit deze beleidsvisie volgt de noodzaak om het Masterplan Mobiliteit Antwerpen te actualiseren en op te waarderen tot het Masterplan 2020. De doelstellingen van dit Masterplan 2020, opgesteld door de Vlaamse regering zijn:
het garanderen van de bereikbaarheid van stad en haven
het verhogen van de verkeersveiligheid
het herstellen van de leefbaarheid
Het Masterplan 2020 is echter meer dan een verzameling van prioritaire infrastructuurwerken. Het is een geïntegreerd en samenhangend geheel van werken, dat rekening houdt met een brede waaier van bijkomende beleidsmaatregelen op vlak van milieu, fiscaliteit, stedenbouw en organisatie van mobiliteit in een ambitieus modal shift plan. Er wordt een actief beleid gevoerd om het gebruik van de spoor- en waterinfrastructuur voor vrachtvervoer te bevorderen en meer personen aan te moedigen alternatieven voor de wagen te gebruiken.
Tegen 2020 moet minstens de helft van alle verplaatsingen in de Antwerpse agglomeratie met het openbaar vervoer, met de fiets of te voet gebeuren. De uitwerking van de diverse maatregelen dient rekening te houden met een gewijzigde en aan verandering onderhevige regelgevende context. De nieuwe Europese regelgeving inzake tunnelveiligheid en soortgelijke richtlijnen die Europa in voorbereiding heeft voor het hoofdwegennet bepalen in grote mate het ontwerp op het vlak van veiligheid, de exploitatie en het beheer. Het huidige Masterplan Mobiliteit Antwerpen geeft een oplossing voor een aantal fundamentele hoofdproblemen binnen de Antwerpse regio:
het wegwerken van problemen inzake mobiliteit en leefbaarheid van de brede rand rond Antwerpen, en dit zowel op linker- als op rechteroever
door de toekomstige aanleg van de A102 en de vertunneling van de R11 (tussen E313 te Wommelgem en de E19 Zuid
door een betere benutting van de Liefkenshoektunnel, de mobiliteitsoplossing voor het Waasland
het aanpakken van de knelpunten op de toegangswegen van de Antwerpse ring waarbij de aanpak van de E34/E313 (Ranst-Antwerpen) en de aanpak van de E19 noord en de A12 zuid prioritair zijn
het verder uitbouwen van een sterk openbaar vervoersnet op niveau van het stedelijk gebied en in interactie met de omliggende regio, het realiseren van een gebieddekkend fietsnetwerk en het aanbieden van alternatieven voor het vrachtvervoer (water en spoor)
het aanpakken van het sluipverkeer door het ontlasten van het onderliggend wegennet
Door de evolutie op het vlak van economische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling en mobiliteit dient een globale aanpak voor de Antwerpse regio rekening te houden met verkeersstromen en maatregelen over een groter gebied én met meer aandacht voor leefbaarheid.
Andere noden op het vlak van weginfrastructuur
Verbinding Liefkenshoektunnel E17
Voor het havengebonden verkeer is ook de verbinding van de Liefkenshoektunnel met de E17 nog altijd een ‘missing link’. Gelukkig lijkt het maatschappelijk draagvlak hiervoor in het Waasland te groeien. Deze verbinding die met relatief beperkte budgetten kan worden gerealiseerd, zou ook voor de haven een onmiskenbare meerwaarde hebben.
De A12 en de Rupelstreek
Ook de A12, het sluipverkeer in de zuid-oostrand van Antwerpen en de expresweg tussen de A12 en de E19 in de Rupelstreek, zijn nog steeds pijnpunten. Vooral de drukke A12 waarvan heel wat kruispunten tussen Boom en Wilrijk op de lijst van meest gevaarlijke punten prijken, vraagt om een dringende oplossing.
De N171
Met de doortrekking van de N171 wil de Vlaamse Overheid de verkeerssituatie in de Rupelstreek voor omwonenden en weggebruikers aanzienlijk verbeteren. Er worden zowel inspanningen geleverd op het gebied van verkeersveiligheid als op het vlak van verkeersdoorstroming. Van een rechtstreekse verbinding tussen de N171 en de A12 is geen sprake. Men opteert voor een verbinding van de N172 met de parallelweg N177. Zo zal de verkeersdruk en het sluipverkeer in de omliggende gemeenten moeten afnemen. Bovendien komt er in het kader van de geplande onderhoudswerken op de A12 ter hoogte van de uitvoegstrook in Schelle, een bijkomende invoegstrook van de N177 naar de A12, richting Antwerpen. Ook die invoegstrook zal de doorstroming van het verkeer naar de A12 bevorderen en moet het sluipverkeer richting E19 doen afnemen. De eerste fase van dit project, de bouw van rotondebruggen, is al uitgevoerd. In een tweede fase wordt het vervolledigen van de rotonde over de A12 behandeld en de aanleg van een ontsluitingsweg naar het bedrijventerrein Krekelenberg II. In een laatste fase wordt het bestaande gedeelte van de N171, inclusief het op- en afrittencomplex van de E19 in Kontich, heringericht.
Mechelen
In het arrondissement Mechelen krijgen de plannen voor de Arsenaalsite en een betere ontsluiting van de stad zelf concreet vorm. Hopelijk kan een verbetering van de hele oost-west-as in het arrondissement hier op termijn aan worden gelinkt. Ook de verbinding Mechelen-Willebroek werd opgenomen in het voorontwerp van het nieuwe Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.
De Kempen
In de Kempen blijft de Noord-Zuidverbinding een hot item naast nog een heleboel andere ingrepen die de doorstroming en de verkeersveiligheid ten goede zouden komen, zowel op de E34 en de E313 als op de gewestwegen.
En … spoorinfrastructuur
Tweede Spoortoegang
De Liefkenshoekspoortunnel is ook qua spoorinfrastructuur de tweede spoortoegang voor de haven en staat al jaren op het lijstje met prioriteiten aangezien de capaciteitsproblemen op deze lijn groot zijn.
Heractivering van de Ijzeren Rijn
Eveneens een prioriteit is de heractivering van de Ijzeren Rijn als kortste verbinding met het Duitse Ruhrgebied. Alleen zo kunnen we meer transport over het spoor realiseren ter verbetering van het milieu én de verkeersveiligheid. België, Nederland en Duitsland op één lijn krijgen én werken aan een sterk maatschappelijk draagvlak blijven noodzakelijk. In het verleden waren er al een aantal hoopgevende tekenen die in die richting wezen. Zo was er de uitdrukkelijke steun van de Rotterdamse havenschepen Mark Harbers op 15/07/2008, de princiepsafspraak van de Belgische, Nederlandse en Duitse ministers van vervoer en mobiliteit over het historisch tracé op 05/09/2008 en het objectieve belang van deze verbinding voor onder meer de Duitse (petro)chemische bedrijven. Die wezen uit dat de goederenspoorlijn van Antwerpen naar Mönchengladbach tegen 2018 in gebruik zou worden genomen.
Op 7 januari van dit jaar werd echter bekend gemaakt dat de Duitse Bondsdag de Ijzeren Rijn geen prioriteit gaat geven. Dat werd op 13 januari 2011 al tegengesproken door de Duitse ambassade te Brussel. Uitvoerig diplomatiek overleg met de buurlanden én de betrokken gemeenten zal in de toekomst moeten uitwijzen voor welk scenario uiteindelijk wordt gekozen. Inmiddels zou ook Duitsland opteren voor het historisch tracé.
